Dutch example sentences with "al"

Learn how to use al in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Ik wacht al uren lang.

Omdat al zijn vrienden ook arm waren.

Hij was al jong uitgehuwelijkt, toen hij nog een tweedejaars student was, en nu scheen zijn vrouw de helft ouder te zijn dan hij.

De tentoonstelling is al open.

Hij is al een man.

Heb je al besloten waarover je je scriptie gaat schrijven?

Als je het geel verft, sla je twee vliegen in één klap: én het valt goed op, én je bespaart geld omdat je verf kunt gebruiken die je al in huis hebt.

In het koetsje zat een heer, niet knap, maar ook niet slecht van uiterlijk, niet al te dik, niet al te dun; oud kon hij niet genoemd worden, maar hij was ook niet al te jong.

In het koetsje zat een heer, niet knap, maar ook niet slecht van uiterlijk, niet al te dik, niet al te dun; oud kon hij niet genoemd worden, maar hij was ook niet al te jong.

In het koetsje zat een heer, niet knap, maar ook niet slecht van uiterlijk, niet al te dik, niet al te dun; oud kon hij niet genoemd worden, maar hij was ook niet al te jong.

Heb je al geluncht?

Ik droomde er al van jongs af aan van om banketbakker te worden.

Wanneer u terugkomt uit Amerika, ben ik al afgestudeerd.

Hoelang ben je al in Sjanghai?

Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.

Ik ga, zelfs al regent het.

De zon schijnt al eeuwen over ons land.

De zon gaat al op.

Ik weet niet hoe ik dat moet aantonen, aangezien het zo al duidelijk is.

Hij zwerft al maanden door Europa.

De zwaargewonde man was al gestorven bij aankomst in het ziekenhuis.

Ik hoop dat we niet al te lang hoeven wachten.

Hebben jullie de krant van vandaag al gelezen?

Heeft u de krant van vandaag al gelezen?

Heb je de krant van vandaag al gelezen?

Ik heb dit boek al uit.

Ik ben hier al twee uur.

Kun je niet één keer op tijd komen? Ik wacht al een heel uur op je.

Het is al zeven uur.

Het is maar tien graden, en hij loopt in een T-shirt buiten. Ik krijg het al koud als ik naar hem kijk.

"Je kleren worden nog vies." "Geeft niet. Ze waren toch al niet echt schoon."

Hoe gaat het met je? Ik heb je al tijden niet gezien.

Ik heb mijn werk al af.

Hebben wij elkaar niet al eerder ontmoet?

Priemgetallen zijn als het leven, ze zijn helemaal logisch, maar het is onmogelijk er regels voor te vinden, zelfs als je al tijd wijdt aan het nadenken erover.

Waar is al het brood gebleven?

Mevrouw Klein is al in de 80, maar ze is nog heel kwiek.

Jij bent wel de laatste persoon op de wereld die ik gekloond zou willen zien, je bent alleen al saai genoeg.

Het geeft een warm gevoel wanneer je in een liedje in een - naar het schijnt! - vreemde taal (Slowaaks, Macedonisch, Sloveens) woorden hoort die je al kent vanaf je kindertijd en zelfs hele stukken van zinnen begrijpt.

Ik heb al met deze student gesproken.

Wat betreft onze studenten, één is al naar Boekarest vertrokken en één is onderweg.

Ik heb hem al jaren niet gezien.

Ik had u de brief al gestuurd, toen u belde.

Ze was één en al zenuwen gisteravond.

Het maakt al het verschil.

Je hebt dit boek misschien al gelezen.

Ze arriveerden al gauw op het maanstation.

Bent u al lang in Osaka?

Het was al laat, dus ik keerde terug naar huis.

Ik heb het idee dat ik hier al eens geweest ben.

Het is al laat.

Ben je al eens in Parijs geweest?

De taak verbruikte al zijn energie.

Ik heb zelf ook al een paar keer parkeerboetes betaald.

Weet je niet dat hij al twee jaar dood is?

Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.

Al doende leert men.

Al te goed is buurmans gek.

Een rotte appel in de mand maakt al het gave fruit te schand.

Ze is nog maar twee jaar, maar ze kan al tot 100 tellen.

Met al zijn geld is hij niet tevreden.

Ik was altijd al goed in wiskunde.

Mijn zoon kan al tot honderd tellen.

Ja, hij heeft het al geschreven.

Heb je al een baard?

Misschien heb je dat boek al gelezen.

Het is al elf uur.

Ze zijn er al.

Ondanks al zijn rijkdom is hij toch gierig.

Al vlogen er varkens in de lucht, nog zou ik haar geloven.

Ik heb de boekingen voor het hotel al een maand op voorhand geregeld.

Sta op. Het is al heel laat.

Het begon al snel zeer hard te regenen.

Ik had niet door dat het al zo laat was.

Ik raapte al mijn moed bij elkaar en ging naar daar.

Hij raapte al zijn moed bij elkaar en vroeg haar ten huwelijk.

Weet jij of ze al dan niet Engels kan spreken?

Ik was van in het begin al niet van plan om in een grote stad te wonen.

Het is te laat om de staldeur te sluiten als het paard inmiddels al is weggelopen.

Zij heeft het mooiste kontje dat ik ooit al heb gezien.

Noch Oekraïnes glorie, noch haar vrijheid is al gestorven.

Dat is allemaal al eens eerder gebeurd, en het zal opnieuw gebeuren.

Door boeiende verhalen te lezen zal je weldra bemerken, dat je al goed Esperanto kan lezen.

Door boeiende verhalen te lezen zal je weldra merken dat je al goed in Esperanto kan lezen.

"Maar dat is belachelijk!" protesteerde Dima. "Kopeken worden al tijden niet meer gebruikt! En 0,99 is niet eens een natuurlijk getal!"

De appels vallen al in de tuin.

Ik maak me niet al te druk over mijn resumé.

Ik maak me niet al te druk over mijn cv.

Heeft u al gekozen?

Ik heb hun huizen al bezocht.

"Ik kan niet zeggen dat ik dat een erg leuke keus vind," zuchtte Dima. "Om eerlijk te zijn, is het de hele tijd al wazig in mijn hoofd sinds ik vanochtend wakker werd in een vuilcontainer..."

"O jeetje..." zuchtte Al Sayib. "Nou, hoeveel heb je nodig? Ik heb zo'n 10 mille doelloos op mijn offshorerekening staan."

Het is al laat, laat ons vertrekken!

Mijn planten binnen in huis zijn al hoger dan ik.

Vooruit! Het is al tijd voor het middagmaal.

Tijd zal je meer helpen dan al het andere.

Toen ik het klaslokaal bereikte, was ze al weggegaan.

Eind goed, al goed.

Van al mijn kinderen is Ernest de jongste.

"Zijn de kindertjes al naar bed, of spelen ze nu nog buiten?" "Ze liggen al lang in de veren."

"Zijn de kindertjes al naar bed, of spelen ze nu nog buiten?" "Ze liggen al lang in de veren."

Also check out the following words: schrijfstijl, mandje, koetsje, heer, knap, uiterlijk, dik, dun, genoemd, vertelde.