By using this site, you agree that we're using cookies to save preferences and for telemetry data such as Google Analytics.

← Conjugate another Dutch verb

Dutch verbs starting with D

All 290 verbs. Click to view a conjugation table.



dactyloscoperen, dalen, dalven, dampen, danken, dansen, dartelen, dateren, dauwen, daveren, deactiveren, deballoteren, debarkeren, debarrasseren, debatteren, debiteren, deblokkeren, debrailleren, debrayeren, debuteren, decanteren, decentraliseren, dechargeren, decideren, decimeren, declameren, declareren, declasseren, declineren, decoderen, deconfessionaliseren, deconstrueren, decoreren, decouperen, decreteren, deduceren, deelnemen, defenderen, defibrilleren, defileren, deflecteren, defloreren, deformeren, degenereren, deglaceren, degraderen, dehydreren, dejeuneren, dekken, dekoloniseren, delegeren, delen, delgen, delibereren, delven, demagnetiseren, demaquilleren, demarqueren, demarreren, demaskeren, dementeren, demilitariseren, demineraliseren, demitteren, demobiliseren, democratiseren, demonstreren, demonteren, demoraliseren, demotiveren, dempen, demystificeren, denationaliseren, denaturaliseren, denatureren, denderen, denigreren, denivelleren, denken, denomineren, denonceren, denoteren, denuderen, deodoriseren, depanneren, depersonaliseren, depolariseren, depolitiseren, deponeren, deporteren, depouilleren, deprimeren, deprivatiseren, depriveren, deprogrammeren, deputeren, derailleren, derangeren, dereguleren, deren, derogeren, derven, desacraliseren, desactiveren, desavoueren, desensibiliseren, deserteren, desinfecteren, desintegreren, desinvesteren, desisteren, desorganiseren, desoriënteren, dessineren, destabiliseren, destaliniseren, destilleren, destrueren, detacheren, detailleren, detecteren, determineren, detineren, detoneren, deuken, devalueren, diagnosticeren, diagnostiseren, dialogiseren, dialyseren, dichtdoen, dichtdraaien, dichtdrukken, dichtgooien, dichtmaken, dichtmetselen, dichtnaaien, dichtplakken, dichtreven, dichtslaan, dichtspijkeren, dichttimmeren, dichtvallen, dicteren, dienen, dieselen, dieven, diffameren, diffunderen, diftongeren, digereren, digitaliseren, dilateren, dimensioneren, dineren, dingen, diplomeren, dirigeren, disciplineren, disconteren, discrediteren, discrimineren, disculperen, discuteren, disfunctioneren, diskwalificeren, disloqueren, dispenseren, dispergeren, disponeren, disputeren, distilleren, distingeren, distribueren, divergeren, diverteren, dobbelen, dobberen, doceren, doctoreren, documenteren, doddelen, doden, doedelen, doelen, doen, doezelen, doffen, dogen, dogmatiseren, dokken, dokteren, dolen, doleren, dollen, domesticeren, domineren, dommelen, dompelen, donderen, doneren, donkeren, doodergeren, doodknuppelen, doodslaan, dooien, doorbladeren, doorbrengen, doordrenken, doorgaan, doorkomen, doorleren, doorlopen, doormodderen, doornummeren, doorroeren, doorschakelen, doorschemeren, doorslenteren, doorsmeren, doorsnijden, doorsnuffelen, doorspelen, doorspoelen, doorstaan, doorstuderen, doorsukkelen, doorvoelen, doorvoeren, doorwandelen, doorworstelen, doorzien, dopen, doseren, doteren, dotteren, doubleren, douchen, doven, draaien, dragen, draineren, dramatiseren, draperen, draven, dreggen, dreigen, drenken, drentelen, dresseren, dreunen, dreutelen, drevelen, dribbelen, drijven, drillen, dringen, drinken, droedelen, drogen, drogeren, dromen, droogleggen, droppelen, druilen, druipen, drukken, druppelen, dubbelen, dubben, duelleren, duiden, duikelen, duiken, duimelen, duisteren, duivelen, duizelen, dulden, dunken, duperen, dupliceren, duren, durven, dutten, duvelen, duwen, dwalen, dwarrelen, dwingen.