Dutch example sentences with "weer"

Learn how to use weer in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Hoe is het weer?

Het was erg leuk je weer eens gezien te hebben.

Nee. Ik moet helaas weer vroeg terug.

Nu weet ik het weer.

Ah, wanneer ontmoeten ze elkaar weer?

Ik ben er weer! O, hebben we visite?

Met zulk weer gaat niemand naar buiten.

Ik bel ze morgen, als ik weer terug ben.

De bijeenkomst zal gehouden worden, ongeacht het weer.

Je hebt weer dezelfde fout gemaakt.

Kasjtanka rende heen en weer en vond haar baasje niet, en ondertussen werd het donker.

Als het weer goed is, bereiken we die plek morgen.

Ik ben blij u weer te zien.

Ik ben blij je weer te zien.

Ik ben blij jullie weer te zien.

Niet lang daarna kwamen we elkaar weer toevallig tegen.

We hebben goed weer gehad de afgelopen tijd.

Toen ik mijn ogen weer opendeed, stond er ineens een onbekende dame voor mijn neus.

Het vliegtuig had vertraging door het slechte weer.

"Wanneer kom je terug?" "Dat hangt helemaal van het weer af."

Als je vandaag weer een uur op school blijft hangen voor je thuiskomt, dan zwaait er wat.

Ja hoor, daar heb je hem weer met zijn dierenmishandeling. Hij kan het ook nooit eens ergens anders over hebben.

Ik hoop ook op zonnig weer in het weekend.

De telefoon deed het weer niet.

De auto moet morgen naar de garage voor een grote beurt. Daar zal ik wel weer een paar honderd euro armer van worden.

Dat druilerige weer zoals gisteren vind ik drie keer niks. Geef mij maar echt zomerweer.

U weer?

Het is mooi weer vandaag.

De directeur van het bedrijf, aan wie ik u deze vrijdag heb voorgesteld, wil u weer spreken.

Een kort middagdutje en hoplakee, ik ben weer fris als een hoentje.

Zijn de kippen plat als borden, was de tractor weer eens sneller.

Het weer verslechterde in de loop van de dag.

Het is lekker weer vandaag.

Ik moet boodschappen gaan doen, ik ben er over een uur weer.

Twee weken lang bleef het heet weer.

Het gaat bij hem het ene oor in, het andere weer uit.

Als het morgen mooi weer is, gaan we picknicken.

Na haar zwangerschapsverlof ging ze weer werken.

Het weer was geschikt om te oogsten.

Zou ik wachten tot ze weer komt?

"Hoe is het weer daar?" "Het is aangenaam."

De krantenjongen bezorgt de krant met elk weer.

Zij kwam weer bij in het ziekenhuis.

En weer ging een dag voorbij.

Slecht weer is geen hinderpaal.

Vandaag ga ik weer naar een wedstrijd, alleen dan eerder dan gisteren.

Waar slaat dat nou weer op? Ik toch niks verkeerd gedaan? Waarom loop je me dan uit te schelden?

Het weer was prachtig.

Hoe is het weer vandaag?

Verschrikkelijk weer.

Hoe lang zal dat mooi weer duren?

Wat een prachtig weer.

Wat een geluk dat het weer zo mooi is.

Bij slecht weer is het gevaarlijk op de bergen te gaan klimmen.

Een onbekende man stapte op het voetpad heen en weer.

Het is weer aan het regenen.

Goede dag. Mooi weer vandaag.

Het regent weer.

Een glas koud water is heel verfrissend bij zeer warm weer.

In de omgeving is er weer cholera opgedoken.

Het is beter weer dan gisteren.

Hij ging in de kamer weg en weer.

Hoe is het weer in New York?

Het is slecht weer. Het is koud en het regent.

Het weer is plots omgeslagen.

Een kalf ging weg, een rund kwam weer.

Niet lang daarna was hij weer gezond.

Mijn vader zal vlug weer gezond zijn.

Het weer is zo mooi!

Als het weer het toelaat, gaan we morgen picknicken.

Is dit weer niet fantastisch?

Ik ben er weer! O, hebben we bezoek?

Mooi weer, toch?

Het weer was gisteren erg slecht.

Hij kwam twee dagen later weer terug.

Wie is dat nu weer?

Vandaag is het mooi weer.

Het weer heeft veel met onze gezondheid te maken.

Het weer heeft veel te maken met iemands welbevinden.

De Duitsers nemen weer vakantie in eigen land.

Ik ben blij om je weer te zien.

Het was verschrikkelijk weer.

Het koude weer duurde drie weken.

Het weer werd plots warmer.

Hij zal snel weer herstellen van zijn ziekte.

Terwijl ik over dat soort zaken nadacht, keek ik weer naar "Duck Soup"

Hij kwam, ondanks het slechte weer.

Ze maakte weer dezelfde fout.

Welk weer was het gisteren?

Het weer is vandaag een beetje beter.

Mocht iemand tijdens mijn afwezigheid komen, zeg hem dan dat ik snel weer terug zal zijn.

Als ik triestig ben, helpen mijn vrienden er mij weer bovenop.

Denk je dat het morgen mooi weer wordt?

Tom keek ernaar uit om Mary weer te zien.

Het is prachtig weer vandaag.

Dit koud weer komt niet veel voor in juni.

Hij viel flauw van honger en vermoeidheid, maar even later kwam hij weer bij.

De complottheorie was daar weer.

Ik hoop dat ge vlug weer geneest.

Ik vraag me af, hoe morgen het weer zal zijn.

Ik kan dit hete weer niet uitstaan.

Also check out the following words: samen, dineerden, wandelden, bewonderden, zee, geel, verft, sla, vliegen, klap.