Dutch example sentences with "komen"

Learn how to use komen in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Om bij het museum te komen moet je die bus nemen.

Doe het licht uit. Ik kan niet in slaap komen.

Veel buitenlanders komen naar Japan om Japans te leren.

Ik vroeg me af of je vandaag zou komen opdagen.

Wat een kinderen! Je stuurt ze weg om snoepjes, en ze komen terug met een hond!

Veel Engelse woorden komen uit het Latijn.

Moet je echt de vraag stellen om het antwoord te weten te komen?

Alleen genieters fietsen en komen altijd eerder aan.

U moet deze bus nemen om bij het museum te komen.

Ik kon niet op het feestje komen, en wilde dat ook niet.

Ik kan even niet op zijn naam komen.

Je krijgt problemen als je ouders erachter komen.

Kun je niet één keer op tijd komen? Ik wacht al een heel uur op je.

Op zolder stonden dozen met allerlei speelgoed van vroeger en spullen die misschien ooit nog van pas zouden komen.

Dit boek zal je goed van pas komen.

Visite brengt steeds vreugde aan; is 't niet bij het komen, dan bij het gaan.

De kersenbomen komen juist in bloei.

Iedereen wil graag geloven dat dromen uit kunnen komen.

Ik heb je gezegd dat je mag komen wanneer het je maar uitkomt.

Wij verwelkomen alle mensen die denken naar het feestje te willen komen.

Ik heb Jane verteld hoe ze naar onze school kon komen.

Door een dringende aangelegenheid kon hij niet komen.

Ik zou het op prijs stellen als ze naast me zou komen zitten.

Ik werd opgeroepen naar de plek van het ongeluk te komen.

Ze riep ons luidkeels om te komen helpen.

Ze eet geen geen gebakjes om niet verder aan te komen.

Wij komen beiden uit Tampa.

Kan je komen?

Ik kan morgen komen.

Ze komen hier regelmatig over de vloer.

De lerares wees met haar vinger naar mij en vroeg me om met haar mee te komen.

Weet jij waarom ze niet kon komen?

Het was moeilijk voor mij om aangenaam over te komen naar anderen toe.

Ik wist wel dat je zou komen.

Helden komen altijd te laat.

Hoe laat moet ik komen?

Ik wist niet dat je zou komen.

Ik kan er niet overheen komen.

Ze zal straks komen.

Zolang we enkel gericht blijven op productie en consumptie, zullen we nooit onze problemen te boven komen.

Ooit zal er een tijd komen dat Esperanto, gemeenschappelijk bezit geworden van het hele mensdom, zijn karakter van een idee zal verliezen: dan zal het alleen maar een taal worden, men zal er niet meer om strijden, men zal er enkel nut blijven uit halen.

Toen ik hier pas was komen wonen, was er hier vlakbij een rotonde waarbij je rechts moest voorsorteren om linksaf te slaan. Die was vast door een Belgische aannemer gebouwd.

Er zijn twee sleepliften waarmee je op de top van deze berg kan komen, een ankerlift en een pannenkoeklift.

Ze had niet naar de vergadering hoeven te komen.

Ik kan om 11 uur komen.

Indien hij wist dat ik hier ben, zou hij onmiddellijk naar mij toe komen.

Ik heb een visa nodig om dat land binnen te komen.

Als ze wist dat ik hier was, zou ze dadelijk komen.

Zij wilden zelf komen.

Laat de dokter komen, want ik ben ziek.

Onthou dat je vrouwen en taxi's niet achterna loopt, even later komen er nog.

Voor mij was het vanzelfsprekend dat zij zou komen.

Hij wordt verondersteld te komen.

Ik kon niet naar het verjaardagsfeestje komen.

Maar ze komen morgen naar hier.

Ik zal hem doen komen.

Ze zei dat ze spoedig terug zou komen.

Door de regen kon ik niet buiten komen.

Hij kon niet komen, omdat hij ziek was.

Eens zult ge de waarheid te weten komen.

Morgen komen er twee jonge esperantisten uit Europa.

Ge zult morgen moeten komen.

Ik trachtte te weten te komen hoeveel mensen er echt wonen in deze stad.

Ze zal komen als ge het haar vraagt.

Waarom kunt ge niet komen?

De tijd zal komen dat uw droom waar wordt.

Eindelijk komen we elkaar tegen! Ik heb lang naar dit ogenblik verlangd.

Kunt ge zondagavond komen?

Ze lieten de dokter komen.

We zullen je komen bezoeken.

Ik wou dat je met ons mee kon komen.

Wat jammer dat jullie niet kunnen komen!

Ik voel dat de koorts aan het komen is.

Ze zal misschien komen.

Vanaf vandaag, probeer op tijd te komen.

Laat de kat niet uit de zak komen.

Hij mag morgennamiddag komen.

We hoorden hem naar beneden komen.

Ik vroeg hem om acht uur te komen, maar hij kwam pas om negen uur.

Geef altijd voorrang aan voertuigen die van rechts komen.

Ik denk dat hij gaat komen, maar ik ben niet heel zeker.

Hoe laat komen we aan in Akita, als we de trein van 9 uur 30 nemen?

Weet gij wanneer ze plannen om terug te komen?

Wilt ge niet eventjes binnen komen?

Het is moeilijk met haar overeen te komen, want ze is vlug ontevreden.

Ze komen gewoonlijk later thuis dan wij.

Vorig jaar heb ik beslist naar Japan te komen.

Het lijkt erop dat de volleybalspeler gestraft zal worden wegens te laat komen voor de wedstrijd.

Wat goed bedacht is wordt duidelijk gezegd, en de woorden om het te zeggen komen gemakkelijk.

Ik zal zo dikwijls mogelijk komen.

Met deze regen zal hij niet komen.

3 dagen na de dood blijven haar en nagels groeien, maar er komen minder telefoonoproepen.

We komen hem soms tegen in de club.

Volgens de langetijdsvoorspelling schijnt er een zachte winter aan te komen.

Waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe?

Er is geen excuus voor zijn te laat komen.

Hij kan ieder moment komen.

Ik hoop dat je naar mijn verjaardagsfeestje zal komen.

Hij zal niet komen vandaag.

Hij heeft mij beloofd om vijf uur naar hier te komen.

Hij heeft mij beloofd dat hij zou komen om vier uur.

Also check out the following words: besloot, vertrek, stellen, behalve, naam, echte, knuffelbeest, ziet, vriendelijk, hart.