Dutch example sentences with "geven"

Learn how to use geven in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Ik zal jou dit boek geven.

Ik had de bloemen geen water hoeven geven. Ik was er maar net klaar mee, of het begon te regenen.

Kunt u ons een paar voorbeelden geven?

Jij en ik weten natuurlijk wel beter dan dat je verkouden zou worden door zonder jas naar buiten te gaan, maar je zult ze de kost moeten geven die denken dat dat wel zo is.

Ik zal je een goed advies geven.

Kunt u mij een papieren zakje geven?

Kun je me je telefoonnummer geven?

Omdat we van jullie houden, zijn we Tatoeba aan het updaten om jullie een betere gebruikerservaring te geven. Zien jullie wel? We houden van jullie, hè?

Ik ben vandaag bloed wezen geven.

Ik zal hem het boek morgen geven.

Ik zal haar het boek morgen geven.

Ik weet niet zeker aan wie ik dit cadeau moet geven: aan het meisje of aan de jongen?

Een ongeduldige bestuurder stak de kruising over zonder acht te geven aan het rode stoplicht.

Aalmoezen geven verarmt niet.

Ik wil je iets geven.

Ze belde hem terug om iets terug te geven dat hij achtergelaten had.

"We geven geen kortingen," zei de vrouw streng, "ongeacht hoe klein. En wilt u nu alstublieft het pak uittrekken als u het zich niet kunt veroorloven?"

Hebt u iets aan te geven?

Tegen de tijd dat hij 966 probeerde, begon Dima de hoop op te geven.

Vroeger wist ik niet waar de eeuwigheid goed voor was. Maar ze is nodig om ons tenminste enige kans te geven om Duits te leren.

Dat u zo'n end niet meer kan lopen is toch niks om u voor te schamen?! Je zal ze de kost moeten geven die op uw leeftijd überhaupt niet meer kunnen lopen.

Je moet nodig de plantjes water geven, sommige hangen helemaal slap.

Ik moet daarover nadenken voordat ik u antwoord kan geven.

Kunt ge mij het recept voor uw salade geven?

Hij was zo vriendelijk om me een lift naar het station te geven.

Je zou hem ons Here geven zonder biechten.

Voorbeelden geven is niet een manier om iets aan te leren, maar de enige manier.

Hem raad geven heeft geen zin.

Kunt ge mij het zout geven a.u.b.?

Ik zal u dit fototoestel geven.

Ik moet mijn kat een bad geven vandaag.

De prins vond, dat een dergelijke bekwaamheid meer waard was dan om het even wat men als bruidsschat zou kunnen geven aan een meisje. Hij bracht ze naar het paleis van zijn vader, de koning, waar ze met hem trouwde.

Voor uw verjaardag wil ik u een fiets geven.

We moeten de bloem water geven.

Wij geven geld aan de armen.

Ik wist niet dat hij beslist had zijn werk op te geven.

Ik zal hem een standje geven.

Heeft u iets aan te geven?

Ik denk dat ge haar wat uitleg zult moeten geven.

Ik had nooit begrepen waarvoor de eeuwigheid nuttig kon zijn. Ze is nuttig om ons de kans te geven Duits te leren.

Hij weigerde hen de informatie te geven.

Diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk.

Het enige in de wereld waarvan men nooit te veel kan krijgen of geven, is liefde.

Te veel kaderleden geven tegenwoordig geld uit dat ze niet verdiend hebben, om dingen te kopen die ze niet nodig hebben, om indruk te maken op mensen die ze niet eens graag zien.

We moeten altijd het beste van onszelf geven.

Kunt ge mij de naam en het telefoonnummer van die arts geven?

Ze weet niet wat ze de kinderen op kerstavond moet geven.

Ze was zo vriendelijk mij raad te geven.

Wat kunt ge mij nog meer geven dan wat ik al heb?

De definitie van een woord geven is moeilijker dan een voorbeeld te geven van zijn gebruik.

De definitie van een woord geven is moeilijker dan een voorbeeld te geven van zijn gebruik.

Ik zal het u geven.

Als ik het alfabet een nieuwe volgorde kon geven, zou ik de letters U en I naast elkaar zetten.

Koeien geven melk.

Wij geven u een inenting tegen hondsdolheid.

Op een dag, toen ze bij die bron was, kwam een arme vrouw naar haar, en vroeg haar om haar te drinken te geven.

Wie kan, mag raad geven.

Ik ga nog liever dood dan mij over te geven.

Ik ga liever dood dan toe te geven.

Ik zou liever sterven dan mij over te geven.

Ik zou liever sterven dan op te geven.

Ik sta op het punt u het antwoord te geven.

Je hebt altijd wat op me af te geven!

Ik heb niets aan te geven.

Ze wilden Koko een nieuw troeteldier geven.

Het is vriendelijk van je om me een lift te geven.

Wilt ge wat meer voorbeelden geven daarvan?

Kan je me een voorbeeld geven?

Het was niet mijn bedoeling om je die indruk te geven.

Niemand kon het juiste antwoord geven.

Ik zal u raad geven in die zaak.

Een goede boom kan geen slechte vruchten geven.

Kan je me wat geld geven?

Kunt ge mij uw gsm-nummer geven?

Ik zal je een fiets voor je verjaardag geven.

Voor je verjaardag zal ik je een fiets geven.

De president zal later op de dag een persconferentie geven.

Als je met me wilt trouwen zul je op de knieën moeten en me een ring moeten geven.

Hem raad geven is als tegen de muren spreken.

Kun je me alsjeblieft een stuk brood geven?

Hij is te trots om op te geven.

Mijn vrienden geven morgen een feestje voor me.

Het was beleefd van hem om zijn plek aan de oude man te geven.

Ik weiger antwoord te geven op zo'n domme vraag.

Alle zinnen die we verzamelen geven we uit onder de licentie Creatieve Commons - Naamsvermelding.

Ik wil een plant aan mama geven.

Zij geven niets.

Het is heel moeilijk een antwoord te geven op je vraag.

Kan ik je wat water geven?

De tolk probeert zoveel mogelijk details en informatie te geven.

Kunt u misschien een voorbeeld van een bekend Nederlands spreekwoord geven?

Liefde is geven wat men niet heeft.

Liefhebben is iets geven dat men niet heeft.

Het was niet nodig geweest de bloemen water te geven. Net toen ik klaar was, begon het te regenen.

Kan jij mij wat geld geven?

Weinig politici geven hun fouten toe.

Ik wil Tom mijn sleutel niet geven.

Ze willen alleen maar geld verdienen. Ze geven om niets anders.

Ik moest Tom tijd om erover na te denken geven.

We wilden Tom nog een kans geven.

Kunt u me nog een beetje koffie geven?

Also check out the following words: vertrekken, bussen, bloedgroep, bagage, stap, ticket, kop, museum, komen, Singapore.