Dutch example sentences with "gelukkig"

Learn how to use gelukkig in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Zij die alles vergeten, zijn gelukkig.

Ik ben een gelukkig mens!

Ze leefden nog lang en gelukkig.

Ik ben gelukkig, want ik leer wat Nederlands.

Als je glimlacht, zal ik gelukkig zijn.

Jij maakt me gelukkig.

Ze werd gelukkig.

De mijnwerker vroeg de geest uit de lamp om een gelukkig leven.

Ik ben niet gelukkig met de baan die ik nu heb.

Als je alles overweegt, is mijn vaders leven wel een gelukkig leven geweest.

Hij heeft zijn ouders gelukkig gemaakt.

Ze is arm, maar gelukkig.

We zijn gelukkig.

Niemand wordt gelukkig van oorlog.

Proost op een lang en gelukkig leven!

Geld maakt niet gelukkig.

Gelukkig was er een Armaniwinkel vlak bij het steegje waar Dima had geslapen.

Je hebt me gelukkig gemaakt.

Hij is absoluut niet gelukkig.

Gisteren was ik gelukkig.

Uw brief heeft mij gelukkig gemaakt.

Gelukkig heeft hij werk gevonden.

Gelukkig heeft hij het ongeval overleefd.

Gelukkig zijn de nieuwe wijkbewoners goede mensen.

Gelukkig zijn onze nieuwe buren goede mensen.

Waarom zijt ge zo gelukkig?

Alles in acht genomen heeft hij een gelukkig leven.

Ik ben heel gelukkig dat ik u zie.

Gelukkig Nieuwjaar!

We zijn nooit even gelukkig of ongelukkig als we onszelf indenken.

Hij was gelukkig om zijn droom te hebben waargemaakt.

Geld maakt de armen niet gelukkig.

We zijn niet zo gelukkig of ongelukkig dan we onszelf inbeelden.

Zijt ge niet gelukkig?

Hij was gelukkig, hoewel ook arm.

Ze is altijd gelukkig als haar kleinzoon bij haar is.

Hij had een gelukkig leven.

Ze ziet er heel gelukkig uit vandaag.

Gelukkig zij die van bloemen houden.

Mijn wonde is gelukkig snel aan het verdwijnen.

Gelukkig vonden wij een ontsnappingsweg.

Gelukkig raakte geen van de passagiers gewond.

Hij is altijd gelukkig.

Ben je gelukkig?

Hij is rijk maar hij is niet gelukkig.

Iedereen wil gelukkig zijn.

Ondanks al haar rijkdom ziet ze er niet gelukkig uit.

Als we maar eens ophielden met het proberen om gelukkig te zijn dan zouden we een zeer goed moment kunnen doorbrengen.

Ik denk dat hij gelukkig is.

Ze lijkt gelukkig te zijn.

Ik zal u gelukkig maken.

Gelukkig kon ik weken later met mijn kinderen bellen.

Gelukkig reisden zijn ouders uiteindelijk samen.

Nu is er gelukkig een overvloed aan Esperantomateriaal op het Internet.

Gelukkig gingen zijn ouders na jaren eindelijk samen op reis.

Gelukkig werd niemand nat.

Ik ben gelukkig.

Hij is dan wel arm, maar hij is wel gelukkig.

Tom ziet er erg gelukkig uit.

Er ontbreekt ons niets om gelukkig te zijn.

De rijken zijn niet altijd gelukkig.

Ik wil alleen maar gewoon en gelukkig leven, zonder problemen.

Nancy glimlachte gelukkig.

Hoewel hij rijk is, gelukkig is hij niet.

Ken ziet er gelukkig uit.

Ik ben gelukkig met mijn vriendin.

Waar zouden we gelukkig zijn?

Tom heeft geld. Echter, hij is niet gelukkig.

Gelukkig zijn ze aan het gevaar ontkomen.

Een persoon die lacht, is gelukkig.

Jullie lijken mij gelukkig te zijn.

Als ik bij je ben, ben ik gelukkig.

Ze zou iedereen gelukkig maken.

Wanneer ik je ook zie, ben ik gelukkig.

Gelukkig is hij die tevreden is met zijn lot.

Het is onmogelijk zich onder zulke omstandigheden gelukkig te voelen.

Hoewel hij arm was, was hij gelukkig.

Ik ben heel gelukkig in Georgië.

Wees gelukkig!

De mens kan alles uitvinden, behalve de kunst om gelukkig te zijn.

Ik heb weinig geld, maar met u voel ik mij gelukkig.

Jouw glimlach maakt me altijd gelukkig.

Mensen zijn in deze wereld, niet om rijk te zijn, maar om gelukkig te zijn.

Ze moeten wel gelukkig zijn.

Zelfs al is ze rijk, ze is niet gelukkig.

Ik wil dat Tom gelukkig is.

Ik ben nooit zo gelukkig als wanneer ik in mijn tuin zit.

Tom wil Mary zo graag gelukkig maken.

Mijn ogen doen pijn, maar gelukkig niet mijn hoofd.

Ze zou niet gelukkig zijn met hem.

Gelukkig is ze niet gestorven.

Gelukkig werd er niemand gewond.

Gelukkig was het weer mooi.

Gelukkig ontsnapte hij aan de verwondingen.

Ik zal je gelukkig maken.

Bent u niet gelukkig?

Tom bezit een groot fortuin, maar hij is niet gelukkig.

Muziek maakt ons leven gelukkig.

Gelukkig konden zij ontsnappen.

Ze zei dat ze gelukkig was.

Geld heeft hij, maar gelukkig is hij niet.

Also check out the following words: dacht, nieuwe, baan, zei, mezelf, idee, Straks, zus, gaat, sneeuwen.