Dutch example sentences with "parijs"

Learn how to use parijs in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

In Parijs heb ik voor een maand een kamer gehuurd.

Ik heb hem ontmoet toen ik in Parijs was.

Ik weet nog dat ik hem in Parijs ontmoet heb.

Haar droom is om Parijs te bezoeken.

De collega die getrouwd is met een Fransman, is naar Parijs.

Ben je al eens in Parijs geweest?

Parijs is wel een mis waard.

Hij vertrok vanuit Narita naar Parijs.

Ze ging voor de eerste keer naar Parijs.

Wanneer ben je naar Parijs gekomen?

Ze ging naar Parijs om kunst te studeren.

Morgen komt hij in Parijs aan.

Uw broer heeft mij gezegd dat ge naar Parijs geweest zijt.

Morgen komt hij aan in Parijs.

Volgende maand ga ik naar Parijs.

Parijs gaf zich over in 1940.

Is het waar dat ge naar Parijs gaat?

Morgen ga ik naar Parijs.

De volgende morgen vertrok ik naar Parijs.

De politie volgde haar tot Parijs.

Tweemaal ben ik in Parijs geweest.

Ik zou moeten naar Parijs rijden.

Parijs is een van de grootste steden van de wereld.

Ik vertrek naar Parijs morgen.

Morgen op dit uur zouden we in Parijs moeten zijn.

Parijs is de hoofdstad van Frankrijk.

Hoe laat komt ge aan in Parijs voor de vergadering?

Dit keer is Parijs mijn doel.

Het is niet ver van Parijs.

Ze bezoekt nu Parijs.

De rivier die door Parijs stroomt, is de Seine.

Hij vertrok naar Parijs.

Ik heb naar Parijs doorgeboekt.

Het is niet in Parijs dat we elkaar ontmoet hebben.

Hij is naar Parijs gegaan, de hoofdstad van Frankrijk.

Ik moet de trein van 8:15 naar Parijs nemen.

Xavier is een jonge economiestudent aan de universiteit van Parijs.

We waren in Parijs.

We zijn in Parijs geweest.

Herinner je je de keer dat we naar Parijs gingen?

Ik ga vaker naar Brussel dan naar Parijs.

Dorothea zou kunst moeten gaan studeren in Parijs.

Ik ben nooit naar Parijs gegaan.

Ik ben nooit in Parijs geweest.

Ik bezocht Parijs een lange tijd geleden.

Is dit uw eerste conferentie in Parijs?

Ik ben in Parijs.

Hij gaat volgende maand naar Parijs.

Het sneeuwt in Parijs.

Hij hoopt Parijs te bezoeken.

Je broer zei dat je naar Parijs was gegaan.

Ik heb lang nagedacht of ik naar Rome zou verhuizen of naar Parijs, maar uiteindelijk heb ik besloten om in Berlijn te blijven.

Hij verblijft nu in Parijs.

Hij is in Parijs.

Mijn zus werkt niet in Parijs.

Morgen ga ik met de auto naar Parijs.

Ik woon in Savigny-sur-Orge, een stadje vlak bij Parijs.

Ik was in Parijs.

De Seine loopt door Parijs.

Parijs is dichterbij dan Berlijn.

Ik zou graag in Parijs studeren.

Parijs is de mooiste stad van de wereld.

Hij vertrekt volgende maand naar Parijs.

Hij vloog van London naar Parijs.

Hij ging naar Parijs en heeft daar vijf jaar gewoond.

Ze is naar Parijs geweest.

Ze is naar Parijs gegaan.

Ben je ooit in Parijs geweest?

Ben je ooit naar Parijs geweest?

De hogesnelheidstrein uit Parijs zal om tien uur aankomen.

Hij is op dit moment of in Rome, of in Parijs.

Eind augustus hebben de geallieerden Parijs ingenomen.

Ik hoop naar Parijs te gaan om kunsten te studeren.

Ik was in Parijs met mijn vrouw.

Ze beroofden een bank in Parijs.

De Eiffeltoren is in Parijs.

Zal onze wereld vlugger vergaan omdat Trump het klimaatakkoord van Parijs geannuleerd heeft?

Terwijl in Parijs de politici mooi samenzongen over 1,5 graden Celsius, over nul-uitstoten en over een gemeenschappelijk bewustzijn over de gevaren van de opwarming, kon men buiten de Franse hoofdstad andere, minder harmonieuse melodieën horen.

Ben je nooit naar Parijs geweest?

Bent u nooit naar Parijs geweest?

Er zijn veel nieuwe straten in Parijs.

Waarom was ze in Parijs?

In Parijs werd Benjamin Franklin beschouwd als een heikneuterige Voltaire.

Waar is Parijs?

Ik kom uit Parijs, Frankrijk.

Waarom haat hij Parijs zo erg?

De rivier die door Parijs stroomt heet de Seine.

De hoofdstad van Frankrijk is Parijs.

"Waar kom jij vandaan?" "Ik kom uit Parijs."

Op een bepaalde manier is Parijs het middelpunt van de wereld.

Ik woon in Parijs, Frankrijk.

Als kind ging hij drie keer naar Parijs.

De Commune van Parijs, die van mening is dat de keizerlijke zuil van de Place Vendôme een monument van barbaarsheid is, een symbool van bruut geweld en valse glorie, een bevestiging van het militarisme, een ontkenning van het internationale recht, een permanente belediging van de overwinnaars ten aanzien van de overwonnenen, een eeuwigdurende aanval op een van de drie grote principes van de Franse republiek, de broederschap, heeft het volgende afgekondigd: De zuil van de Place Vendôme zal afgebroken worden.

Ze wonen sinds een jaar in Parijs.

Een troepje kinderen, van die kleine wilden op blote voeten die te allen tijde de straten van Parijs onder de eeuwige naam gamins onveilig hebben gemaakt en die ons allen, toen wij nog kinderen waren, 's avonds bij het uitgaan van de school met stenen hebben gegooid omdat onze broeken niet kapot waren, een zwerm van zulke deugnieten kwam op de kruising waar Gringoire lag af, met een gejoel en geschreeuw dat bitter weinig bekommerd leek om de slaap van de bewoners.

De collega die getrouwd is met een Fransman, is naar Parijs vertrokken.

Hij ging naar Parijs om Frans te studeren.

Ben je in Parijs?

Bent u in Parijs?

Zijn jullie in Parijs?

Zijn ze in Parijs?

Also check out the following words: al, uren, lang, was, bergen, slecht, konijn, te, zeggen, Hier.