Dutch example sentences with "denkt"

Learn how to use denkt in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Je denkt te veel.

Vertel eens waar je aan denkt.

Van zulke motregen word je toch altijd natter dan je denkt, als je er een tijdje in fietst zonder regenpak.

Hij denkt dat hij iemand is, maar eigenlijk is hij niemand.

Iedereen denkt erover om de wereld te veranderen, maar niemand denkt erover om zichzelf te veranderen.

Iedereen denkt erover om de wereld te veranderen, maar niemand denkt erover om zichzelf te veranderen.

Het enige waar hij aan denkt, is haar zien.

Ik weet dat je denkt dat je hebt begrepen wat je dacht dat ik gezegd heb, maar ik weet niet zeker of je je wel gerealiseerd hebt dat wat jij gehoord hebt niet is wat ik bedoelde.

Hij zegt wat hij denkt.

"Maar denkt u niet dat het een beetje groot is?" vroeg de verkoopster.

Wat denkt ge over deze zaak?

Idioot is de mens die anders denkt dan ik.

Wat denkt u van moderne kunst?

Wat denkt ge van het plan van uw baas?

Wat denkt u van oorlog?

Hij denkt dat hij alles weet.

Een hongerige maag denkt alleen nog aan brood.

Wat denkt ge ervan een busreis te maken?

Jeff denkt dat hij nooit verliefd zal worden.

Waarom denkt ge dat?

Mevrouw Roland, wat denkt gij over het probleem?

Zij denkt aan niets anders dan aan geld verdienen.

"Wat denkt gij?" "Wel, ik ben voor."

Ik veronderstel dat de zaak er anders uit ziet als ge erover denkt op de lange termijn.

Wat denkt ge, dokter?

Wat denkt ge over de Golfoorlog?

Als ge denkt dat ontwikkeling duur is, kijk dan eens hoeveel onwetendheid kost.

Denkt ge dat hij opzettelijk een fout gemaakt heeft?

Denkt ge dat hij de fout met opzet gemaakt heeft?

Denkt ge dat geld echt belangrijk is voor mij?

Wie veel spreekt, denkt weinig.

Denkt ge niet dat hij veel gebreken heeft?

Wat denkt zij over de resultaten van de conferentie?

Zeg wat ge denkt.

Ik heb niet zo veel geld als ge denkt.

Denkt ge dat vissen kunnen horen?

Wat denkt ge van de nieuwe leraar?

Wat denkt ge over de Japanse economie?

Men kan niet raden wat hij nu denkt.

Hij denkt eraan, zijn huis te verkopen.

Het ergerlijke is dat hij alleen aan zijn eigen voordeel denkt.

Het is niet zo moeilijk als je denkt.

"Wat denkt ge over de gemeenteverkiezingen?" "Ik weet het niet."

Ze denkt dat hij onschuldig is.

Ze denkt aan iets heel anders.

Mary denkt dat Tom bang is van het engagement.

Wat denkt u, dokter?

Wat denkt u over deze zaak?

Denkt ge dat tv-kijken slecht is voor kinderen?

Hij die denkt genoeg te hebben geleerd, heeft niets geleerd.

Ze is niet zoals ge denkt.

Wie denkt: "vandaag de dag spreekt iedereen Engels" of "de hele wereld spreekt Engels" zonder te vragen welk deel van de wereldbevolking Engels spreekt, en wat het niveau van hun taalkundige vaardigheid is, wilt de waarheid niet onder ogen zien.

Kop op! Het is niet zo erg als je denkt.

Wie denkt Tom wel niet wie hij is?

Liefde is niet wat je denkt.

Mary denkt dat vechtsporten dom zijn.

Tom denkt dat zijn computer bezeten is door een boze geest.

Niemand is geïnteresseerd in dat wat jij denkt.

Niemand is geïnteresseerd in dat wat u denkt.

Ik wed dat je denkt, dat ik dit enkel schrijf om je te impressioneren.

Ik ga discussiëren met Marty en zien wat hij ervan denkt.

Je bent vrij om te zeggen wat je denkt.

Hij denkt dat ik verliefd ben op haar.

Denkt goed na voordat ge iets belooft.

Tom denkt dat Mary zijn beste vriendin is.

Ze denkt dat ze altijd gelijk heeft.

Denkt u dat een geboren Nederlander altijd heel goed Nederlands spreekt?

Denkt iedereen dat ik het geld heb gestolen?

Ze denkt dat ze een genie is.

Zeg mij alsjeblieft wat jij denkt.

Iedereen denkt het, maar niemand zegt het.

Een wijze zegt nooit alles wat hij denkt, maar overdenkt steeds alles wat hij zegt.

Mijn vrouw denkt dat ik gek ben.

Hij denkt nog steeds dat we vrienden zijn.

Wat maakt dat jij zo denkt?

De baas denkt eraan, een werknemer te ontslaan.

Mijn zoon denkt dat vrouwen sterker dan mannen zijn.

Mensen geven geen moer om wat je voelt of wat je denkt.

De toekomst is dichterbij dan je denkt.

Tom denkt niet dat Mary het werk erg goed zal doen.

Tom denkt dat hij weet waar Mary naartoe is.

Tom denkt dat Mary misschien een eetstoornis heeft.

Melanie denkt dat het gaat regenen.

Melanie denkt dat de situatie heel slecht is.

Een kind dat leest wordt een volwassene die denkt.

Ik ben niet zo dom als ge denkt.

Het spijt me dat je zo denkt.

Denkt ge dat Tom de waarheid zegt?

Ik heb geen idee wat die kerel denkt.

Wat denkt u van dat plan?

Hij denkt dat hij het kan bewijzen.

Wat denkt u, juffrouw West?

Tom denkt dat ik een idioot ben.

Tom denkt dat Maria nog altijd in Boston is.

Waarom denkt iedereen dat ik dom ben?

Hij denkt eraan zeeman te worden.

Hij denkt dat ik Chinees ken.

Denkt u dat ik geschikt ben voor dat werk?

Het is gemakkelijker er sexy uit te zien wanneer men aan een bepaalde man denkt.

De zakenman denkt eraan het contract op te zeggen.

Ik ben niet de persoon die je denkt.

Also check out the following words: één, ding, anders, groter, Napoleon, leger, geleid, Rijn, stroomt, tussen.