Dutch example sentences with "maand"

Learn how to use maand in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

In Parijs heb ik voor een maand een kamer gehuurd.

Zijn broer is afgelopen maand overleden.

Januari is de eerste maand van het jaar.

Ik zet elke maand tienduizend yen op de bank.

December is de laatste maand van het jaar.

Zijn oudere broer is afgelopen maand overleden.

Tijd heeft geen onderverdelingen om het verstrijken ervan aan te duiden, er is nooit een onweersbui of trompetgeschal om het begin van een nieuwe maand of een nieuw jaar aan te kondigen. Zelfs wanneer er een nieuwe eeuw aanbreekt, zijn alleen wij stervelingen het, die klokken luiden en pistolen afschieten.

We hebben veel regen gehad deze maand.

De tentoonstelling blijft nog een maand geopend.

Ik moet mijn uitgaven verminderen deze maand.

Hoeveel boeken lees je per maand?

Ik heb de boekingen voor het hotel al een maand op voorhand geregeld.

Ze was afgelopen maand in Amerika.

Afgelopen maand heb ik mijn rijbewijs verlengd.

De tentoonstelling blijft een maand langer open.

Ik huur een kamer voor een maand.

Ik heb het hotel een maand op voorhand gereserveerd.

Het magazine komt twee keer per maand uit.

Hij komt hier een maal per maand.

Ze zal aankomen in Tokio begin volgende maand.

Ze zal vertrekken naar Tokio volgende maand.

Volgende maand ga ik naar Parijs.

Hij schrijft zijn ouders in ieder geval minstens een brief per maand.

Volgende maand vertrek ik naar Australië.

Carol heeft vorige maand Boston bezocht.

Volgende maand is het vijf jaar dat hij viool leert spelen.

Na meer dan een maand liet men mij weten dat die belofte niet gehouden was.

De school legt de vijver eens per maand droog.

Ik ben heel blij dat ge volgende maand Tokio zult bezoeken.

Er waren vorige maand in de stad twintig geboortes meer dan overlijdens.

Ze waren al zes maand aan het oefenen in hun garage, toen ze plots de kans kregen een geluidsopname te maken in een studio.

Ik verhuis volgende maand.

Elke maand hoor ik nieuws over mijn moeder.

Ik neem vakantie volgende maand.

Hoeveel boeken leest ge per maand?

Haar oudere zus is afgelopen maand getrouwd.

Ik heb een salaris van 300.000 yen per maand.

Ge kunt tien boeken lezen per week? Bedoelt ge niet per maand?

Ik moet nog twee maand huur betalen voor mijn kamer.

Zeg mij de naam van de negende maand.

Het is leuk om iedere maand een door hem gestuurde brief te lezen.

Zij verwacht deze maand een baby.

Een maancyclus duurt korter dan een maand.

Mijn geld schijnt aan het eind van de maand te verdwijnen.

Hij zal volgende maand naar New York gaan.

Ik had een blaasontsteking vorige maand

Een keer per maand luncht zij met haar vader.

Ik ben in mijn vierde maand.

Vandaag is het de twintigste van de maand ordibehesht.

We moeten ons verslag indienen voor het einde van de maand.

Ge zoudt uw ouders minstens eens per maand moeten opbellen.

We verhuizen volgende maand.

Het zal nog drie maand duren voor ons huis klaar is.

Hij schrijft zijn ouders eens per maand.

Ik heb hard gewerkt de laatste maand.

Ik heb hem elke maand een keer geschreven gedurende bijna twintig jaar.

Gemiddeld bekijk ik twee films per maand.

Hoeveel boeken kunt ge lezen in een maand?

De president van Frankrijk zal volgende maand Japan bezoeken.

Op de tiende van volgende maand zijn ze twintig jaar getrouwd.

Hij heeft een wonde opgelopen, die een maand nodig zal hebben om volledig te genezen.

Hij knipt zijn haar eens per maand.

Hij laat zijn haar eens per maand knippen.

Ik verhuisde een maand geleden.

Hij verdient 300.000 yen per maand.

Ik lees elke maand minstens één boek.

Mijn rijbewijs verloopt eind deze maand.

Ze draagt nu al een maand dezelfde hoed.

Hoeveel verdient hij per maand?

Ze wordt niet per maand betaald, maar per dag.

De politie had al bijna een maand gezocht naar de gestolen goederen.

Volgende maand zal er een nieuw filiaal in Chicago openen.

Ik was vorige maand in Londen.

De eerste maand van het jaar is januari.

Hij spaart elke maand geld.

Ik ga elke maand naar de kapper.

Hij gaat volgende maand naar Parijs.

Al twee maand heeft hij niet geschreven.

Een maand is te weinig tijd.

Ik koop een auto volgende maand.

Je bent een maand achter met je huur.

Ik heb meer dan een maand in Nagoya doorgebracht.

Toms rijbewijs verloopt volgende maand.

Ik heb een paar duiten op zak deze maand.

Hij zit al een maand zonder werk.

Op het einde van de maand heb ik zo weinig geld over.

De volgende maand gaan wij op vakantie.

De vorige maand heeft het veel geregend.

De bijeenkomst heeft twee maal per maand plaats.

In deze maand moet ik mijn uitgaven beperken.

Gedurende een maand zal ik bij mijn oom wonen.

John schrijft een maal per maand aan zijn ouders.

Je bent een maand te laat met het betalen van je huur.

Ik hoorde dat hij sinds vorige maand ziek is.

Ze komt thuis op het einde van de maand.

Het is onmogelijk in een maand Engels te leren.

De politie heeft bijna een maand lang naar de gestolen goederen gezocht.

Mijn moeder is sinds de vorige maand ziek.

Zij is in de achtste maand.

Sinds de vorige maand heb ik haar niet meer gezien.

Vreemd, september is niet de zevende maand maar de negende. In feite was maart vroeger de eerste.

Also check out the following words: die, nodig, hebt, Blijf, zwemmen, tot, grens, zit, Laat, ons.