Dutch example sentences with "kom"

Learn how to use kom in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Over een uur kom ik bij je.

Ik kom uit Singapore.

Kom snel terug.

Ik kom terug.

Kom snel!

Kom nooit meer aan dat flesje!

Kom je pannenkoeken bij me eten?

Uit welk land kom je?

Kom op nou!

Kom je bij me op schoot zitten?

Kom me alsjeblieft even helpen in mijn kamer.

Kom op, Bill.

Hoe kom ik bij het strand?

Waarom kom je niet bij ons op bezoek?

Als het nodig is, kom ik snel.

Kom binnen!

Ik kom.

Waar kom je vandaan?

"Wanneer kom je terug?" "Dat hangt helemaal van het weer af."

Kom je hier elke avond?

Toe maar, kom maar bij me. Ik zal je heus niet opeten.

Zou u me kunnen vertellen hoe ik bij het station kom?

Kom om precies tien uur.

Kom hier, meisje, ga zitten!

Doet u geen moeite, ik kom er zelf wel uit.

Kom, we verstoppen ons achter het gordijn.

Kom wanneer het je uitkomt.

Kom morgen ook!

Natuurlijk kom ik op het feestje.

Kunt u alstublieft uitleggen hoe ik daar kom?

Wanneer kom je terug naar school?

Wanneer kom je naar Japan?

Kom mee!

Ik kom uit Engeland.

Kom je niet mee met mij?

Ik kom er onmiddellijk aan.

Kom naar hier en help mee.

Kom naar hier!

Tatoeba: Kom bij de duistere kant. Wij hebben chocoladekoekjes.

Kom naar Transkarpatië, we zullen blij zijn u te ontvangen, we zullen u onthalen met zelfgestookte wodka en varkensvet in chocolade!

Ik kom uit Egypte.

Kom zo snel je kunt.

Kom ik uw kantoor binnen?

Ik kom uit Noorwegen.

Kom samen met de vader.

We moeten nog even afeten, maar als we klaar zijn, dan kom ik direct.

Zulke aardige mensen als jij kom je maar zelden tegen.

Na een hele middag schaatsen had ze trek in een lekkere kom hete snert.

Ik kom op 23 mei.

Kom met ons mee als je kunt.

Ik kom niet mee.

Kom luisteren naar de radio!

Ik kom over een week of twee.

Laat me a.u.b. niet wachten, kom dadelijk, wil je?

Kom niet aan de bloemen.

Kom, wij verwachten je, Redder van de wereld.

Kom terug naar huis.

Kom thuis voor het donker wordt.

"Kom, kindje", riep ze, "kom spelen!"

"Kom, kindje", riep ze, "kom spelen!"

Kom als ge kunt.

Kom hier!

"Liefste, kom naar bed." "Neen, nu nog niet. Ik moet nog enkele zinnen vertalen in Tatoeba."

Kom, Emilia! Je vader wacht op jou.

Ik kom nooit meer terug.

Kom laten we drinken op mijn rekening.

Ja, kom alstublieft.

Kom morgennamiddag terug, dan zal ik meer tijd hebben om met u te spreken.

Ik kom overmorgen terug naar Australië.

Kom naar mij of ik kom naar u.

Kom naar mij of ik kom naar u.

De soep in de kom was heel lekker.

Kom dadelijk naar hier.

Kom, we gaan!

Daarna kom ik bij u.

Kom, het is uw beurt.

Kom je eroverheen of ga je er aan onderdoor?

Kom voor zeven uur naar hier.

Kom alstublieft morgen om mij te zien.

Ik kom binnen een uur.

Kom er niet aan.

Spijtig, mijn baas slaapt nu. Kom morgen terug alstublieft.

Ik kom u bij u ophalen om vijf uur.

Kom na morgen.

Kom overmorgen.

Ik kom onmiddellijk.

Ja, ik kom.

Kom niet te dicht bij het vuur.

Kom niet aan mijn fiets.

Kom zeker!

"Mag ik binnenkomen?" "Ja, kom maar."

Kom binnen, de deur is open.

Ik kom hier elke vierde juli.

Als u kunt, kom dan met ons mee.

Kom vroeg naar huis, Bill.

Ik kom uit Shikoku.

Kom onmiddellijk naar hier.

Kom mij een bezoek brengen.

Ik kom woorden te kort om de schoonheid van dit landschap te beschrijven.

Kom je ook mee?

Wanneer je ook maar vrij bent kom me dan zien.

Also check out the following words: reden, werkte, microfoon, daarnet, tijd, dit, recente, foto, Op, onze.