Dutch example sentences with "gaat"

Learn how to use gaat in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Misschien gaat het sneeuwen.

Hoe dan ook, het gaat je niks aan.

Morgen gaat het sneeuwen.

Gaat u zitten.

Volgende week gaat het misschien vriezen.

Zij gaat elke ochtend onder de douche.

Heb je al besloten waarover je je scriptie gaat schrijven?

Je kunt waarschijnlijk wel raden wat er gaat gebeuren.

Als je op de tekst van het liedje let, dan gaat het eigenlijk nergens over.

Met zulk weer gaat niemand naar buiten.

Hij gaat, net als ik, niet naar de picknick.

Mocht iemand vragen waar het in het verhaal om gaat, zou ik het echt niet weten.

Je gaat de problemen van het leven gewoon uit de weg.

Het zou me te veel tijd kosten om je uit te leggen waarom dat niet gaat werken.

Goeienavond, hoe gaat het ermee?

De zon gaat al op.

Het gaat hem niet best af, maar je moet toch toegeven dat hij zijn best doet.

Wat gaat u vanavond doen?

Je kan maar beter het licht uitdoen voordat je gaat slapen.

Hoi Mimi! Hoe gaat het?

Dit boek gaat over een koning die zijn kroon verliest.

Het boek gaat over de koning die zijn kroon verloor.

Hoe gaat het vandaag met je?

En met jou, hoe gaat het met jou?

Hoe gaat het met je? Ik heb je al tijden niet gezien.

Als je het wat langzamer doet, gaat het vlugger.

Gaat u maar zitten waar u maar wilt.

Mijn vader gaat niet altijd lopend naar het werk.

Volgens de weersvoorspelling gaat het morgenmiddag regenen.

De trein gaat iedere dertig minuten.

Doe het raam op slot voor je naar bed gaat.

Het is zo broeierig, ik denk dat het zo meteen gaat onweren.

Dit boek gaat over sterren.

"De telefoon gaat over." "Ik zal hem wel opnemen."

Het gaat makkelijk worden dit werk voor dinsdag af te krijgen.

Wanneer je naar het buitenland gaat, is het nuttig om ten minste een paar beleefdheidsformules te leren in de plaatselijke taal.

Ik hoop dat het snel beter met u gaat.

Als je ons wat boeken brengt, gaat de tijd voor ons sneller voorbij.

Vanmiddag gaat het misschien sneeuwen.

We zullen zien wat er gaat gebeuren.

Wanneer u naar Roemenië gaat, zult u meer zien.

Met mij gaat het ook goed.

Yumi gaat naar het park om tennis te spelen.

Dorenda chanteert me; als ik haar mijn geheim vertel, gaat ze me niet aangeven bij de politie.

Als het goed gaat, kan ik 2-3 stuks per dag maken.

Hij heeft me verteld dat hij naar Venetië gaat.

Dat gaat je niks aan.

De deksel gaat er niet van af.

Gaat u lekker op de bank zitten en maak het uzelf gemakkelijk.

Het gaat iedere dag slechter met de patiënt.

Als jij er niet heen gaat, ga ik ook niet.

Mijn vader gaat iedere morgen wandelen.

Volgend jaar gaat ze trouwen.

Mijn hond gaat terug naar zijn eigen hok.

De kost gaat voor de baat uit.

De kruik gaat zo lang te water, tot zij breekt.

Het gaat bij hem het ene oor in, het andere weer uit.

Het leven gaat niet altijd over rozen.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

Voor niets gaat de zon op.

Wie 's nachts uit vissen gaat, moet overdag zijn netten drogen.

Mijn hond gaat overal met me mee.

Hoe gaat het met je jongere zus?

Hallo, Roger. Het gaat goed met me !

Normaal gaat mijn vader met de bus naar kantoor.

Hoe gaat het met jullie moeder?

Hoe gaat het?

Mijn vader gaat een wandeling maken in het park.

Wanneer gaat mijnheer Suzuki weg uit Japan?

Het zou kunnen dat je hem gaat ontmoeten.

Hé, hoe gaat het met je?

Hoe gaat het met je?

Hoi, hoe gaat het?

Zijn broer gaat met de bus naar school.

Morgen gaat hij naar huis.

Dat gaat niet!

's Avonds gaat hij uit om wat te drinken.

Hallo John! Hoe gaat het?

Hoe gaat het ermee?

De tijd gaat snel.

Eigen wil gaat boven een bevel.

In het midden is het ijs mooi donker en glad, maar langs de rand van de wetering ligt bomijs. Als je daarop gaat staan, breekt het en hoor je een boel lawaai.

De dakrand hangt vol grote ijspegels, wat een schitterend gezicht is, maar wel gevaarlijk als het gaat dooien.

Zij gaat de volgende week naar Frankrijk.

Tot dusver gaat alles goed.

Hij gaat altijd door voor een uitstekende geleerde.

Waarover gaat het?

Het gaat mij goed.

Het boek gaat niet over taalkunde.

Hoe gaat het met u, mevrouw Jones?

Schoonheid gaat voorbij.

Dat gaat u niet aan.

Mayuko gaat naar school met de fiets.

Hij gaat dikwijls heel laat weg van het werk.

Het gaat mij slecht.

Met mij gaat het goed, dank u.

Hij gaat graag af en toe eens naar het strand.

's Nachts gaat hij uit om een glaasje te drinken.

De kruik gaat zo lang te water tot ze barst.

Een paspoort is iets onmisbaars als men naar het buitenland gaat.

Hoe laat gaat ge gewoonlijk slapen?

Also check out the following words: beiden, Tampa, eruitziet, zakenman, overwerken, rolden, Shanghainezen, frisse, verboden, barstte.