Dutch example sentences with "altijd"

Learn how to use altijd in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Ik heb altijd geloofd dat een hartaanval de aankondiging van het ophanden zijnde overlijden is.

Ik heb altijd meer van mysterieuze personages gehouden.

Thuis las hij altijd liggend.

Er vindt altijd wel iemand tijd.

Wij eten altijd om zes uur 's avonds.

Dat is altijd zo geweest.

Ze heeft altijd wel wat op hem aan te merken.

Jij zingt altijd.

Ik heb me altijd afgevraagd hoe het zou zijn om broertjes en zusjes te hebben.

Men kan altijd wel tijd vinden.

Je kunt niet van me verwachten dat ik altijd overal aan denk!

Er zijn altijd dingen die ik nooit zal leren, ik heb de eeuwigheid niet voor de boeg.

Honger was voor hem een abstract begrip; hij had altijd genoeg te eten.

Zoals altijd kon ik slechts hopen dat de politie me niet zou aanhouden.

Alleen genieters fietsen en komen altijd eerder aan.

Ik respecteer degenen die altijd hun best doen.

Het is niet altijd makkelijk om Japans en Chinees uit elkaar te houden.

Als er iemand in de klas jarig is, tekent de juf altijd een vlag op het bord.

Merk op dat het maximum niet altijd bestaat.

Je bent altijd te laat.

's Morgens word ik altijd rond zeven uur wakker.

Mijn vader gaat niet altijd lopend naar het werk.

Met zo'n zachte, heldere nacht als vandaag, krijg ik altijd zin om om middernacht een ommetje te maken.

Van zulke motregen word je toch altijd natter dan je denkt, als je er een tijdje in fietst zonder regenpak.

Onze koters zijn altijd de hort op - in de speeltuin, bij vriendjes, op het schoolplein... Zelden spelen ze gewoon thuis.

De natuur bedriegt ons nooit; het zijn altijd wij die onszelf bedriegen.

Je moet altijd de waarheid spreken.

Onze leraar komt altijd precies op tijd voor de les.

Hij komt altijd te laat op school.

Niet geschoten is altijd mis.

O, alles is net als altijd.

Tom kijkt altijd tv.

Het gras van de buren is altijd groener.

Een kat komt altijd op z'n pootjes terecht.

Een vliegende vogel heeft altijd meer dan een zittende.

Het gras aan de andere kant van de heuvel is altijd groener.

Het is altijd koekoek éénzang.

Het leven gaat niet altijd over rozen.

Het oog ziet altijd van zich af.

Het is niet altijd rozengeur en maneschijn.

We moeten altijd op het slechtste voorbereid zijn.

Zo vergaat het tirannen altijd!

Ik was altijd al goed in wiskunde.

Zij geeft altijd direct antwoord.

Als jongen ging ik altijd vissen.

Ik ben altijd erg zenuwachtig.

Ik heb altijd honger.

De klant heeft altijd gelijk.

Jack vit altijd op anderen. Daarom mijdt iedereen hem.

Voor zover ik weet is zij nog altijd niet gehuwd.

In het Esperanto valt het woordaccent altijd op de voorlaatste lettergreep.

Als ik zijn stripverhalen lees, moet ik altijd lachen.

Esperantosprekers zijn in principe altijd minstens tweetalig.

Helden komen altijd te laat.

Ik dacht altijd dat een hartaanvaal de manier was waarop de natuur je vertelt dat je moet sterven.

Ik dacht altijd dat een hartaanvaal gewoon de manier was waarop de natuur je vertelt dat je moet sterven.

De zon is altijd daar; vaak echter verscholen achter wolken.

Waarheid is niet altijd welkom!

Het kan niet altijd feest zijn!

Zij zal voor altijd van haar echtgenoot houden.

Hij heeft altijd in Tokio gewoond.

Wie een hond wil slaan, vindt altijd een stok.

Toro is niet altijd hier.

George is arm maar altijd blij.

Hij verzekert nooit iets, zegt altijd ofwel "misschien" ofwel "waarschijnlijk".

Een verhuis is altijd moeilijk voor mij.

Wie geen doel heeft, kan altijd vooruit.

Onze leraar Engels is altijd op tijd.

Je verrast me altijd met je plotse binnenkomen.

Je maakt me altijd verliefd met je tederheid.

Ik doe altijd lichaamsoefeningen na het opstaan en voor het slapengaan.

Het leven is als ganzenborden: je kunt altijd opnieuw beginnen, tenzij je in de put blijft zitten.

Een verhuizing is altijd moeilijk voor mij.

Ons blauwe beddengoed hoeft niet gestreken te worden en is heel lekker zacht; je verheugt je er 's avonds altijd al op om naar bed te gaan!

Men zegt dat de waarheid altijd overwint.

Uw zuster is mooi als altijd.

Hij is altijd ontevreden.

Hij verliest altijd zijn gsm.

Wie altijd schaterlacht is dwaas, wie nooit schaterlacht is ongelukkig.

Er wordt gezegd dat de armen niet altijd ongelukkig zijn.

Hij gaat altijd door voor een uitstekende geleerde.

Beste kinderen, wees altijd eerlijk!

Datgene, waar eender welke dwaas om lacht, hoeft niet altijd humor te zijn.

Vergeef uw vijanden altijd; niets irriteert hen meer.

Boontje komt altijd om zijn loontje.

Ik heb altijd gedacht dat een hartinfarct de manier van de natuur was om u duidelijk te maken dat ge moet sterven.

Zij was nog altijd verliefd op hem.

Ik laat mijn paraplu altijd achter in de trein.

Als een dommerik iets beschamends doet, zegt hij altijd dat het zijn plicht is.

Hij laat altijd het venster open als hij slaapt.

Ik ben altijd fier over mijn familie.

Ik ben altijd blij als ik een stuk werk af heb.

In het Esperanto ligt de klemtoon altijd op de voorlaatste lettergreep.

Haar moeder komt altijd met haar mee.

Verwijt je vriend niet, want jijzelf verdient het verwijt meer; hij is maar een éénmalige leugenaar terwijl jij nu nog altijd leugenaar bent.

Je moet altijd een appeltje voor de dorst sparen.

Hij zei: "Mijn auto is altijd defect."

Een brief beginnen is altijd moeilijk.

Het is altijd zo geweest.

Hij is altijd op tijd.

Na het middagmaal heb ik altijd zin om te slapen.

Also check out the following words: professor, Universiteit, Duitse, watermolecule, waterstofatomen, zuurstofatoom, zevenentwintig, baklava, exposities, Roemenië.