Dutch example sentences with "vergeten"

Learn how to use vergeten in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Zij die alles vergeten, zijn gelukkig.

Daarna ging ik daar weg, maar ik kwam erachter dat ik mijn tas vergeten was.

Ik zal je nooit vergeten.

Ik kan zijn vriendelijkheid niet vergeten.

Ik kan je maar niet vergeten.

Ik ben het niet vergeten.

Het is een spektakel dat je niet snel zult vergeten.

Ik ben mijn pincode vergeten!

Ik ben zijn naam vergeten.

Hij heeft vergeten zijn zaktelefoon mee te nemen.

Ik zal jullie nooit vergeten.

Een zakdoek is bedoeld om je neus in te snuiten, maar je kunt hem ook gebruiken om je tranen mee af te vegen, of je kunt er een knoop in leggen wanneer je iets niet moet vergeten.

Half vergeten muziek danste door zijn gedachten.

Een belofte is gauw vergeten.

Verleden pijn is vlug vergeten.

Het goede wordt vergeten, het slechte blijft bij.

Ik zal nooit uw welwillendheid in deze zaak vergeten.

Ontwikkeling is het verschil tussen wat men geleerd heeft en wat men vergeten is.

We zijn geneigd dat feit te vergeten.

Zijn naam ben ik helemaal vergeten.

Ik ben zijn naam helemaal vergeten.

Ik kan die vriendelijke mensen niet vergeten.

Men is geneigd de eigen fouten te vergeten.

Het is dom van u, een luchtkasteel te bouwen en ondertussen te vergeten palen in te heien voor de grondvesten.

Oei - ik ben mijn pillen vergeten.

De laatste jaren zijn veel lokale tradities vergeten geraakt.

En laten we nu alles vergeten.

Ik ben haar niet vergeten!

Ik was blij haar stem te horen, maar haar eerste zin was: "Ik dacht al dat ge mij vergeten waart."

Ik heb zijn naam genoteerd om hem niet te vergeten.

Zijt ge zeker dat ge niets vergeten zijt?

Waar ik ook ga, ik zal nooit uw vriendelijkheid vergeten.

Ik ben haar vergeten.

Ik ben hem vergeten.

Ik ben het vergeten.

Tom kon nooit de verschrikking van de oorlog vergeten.

We vergeten een waarschuwing, maar onthouden ervaring.

We vergeten gemakkelijk wat ons niet interesseert.

Ik ben de naam vergeten.

Hij heeft het genoteerd om het niet te vergeten.

Ik ben uw telefoonnummer vergeten.

Ik zal je dat vergeven, maar het niet vergeten.

Dat ben ik vergeten.

Ik ben vergeten m'n paraplu mee te nemen.

Sorry, ik heb het vergeten.

Sadako wou dat vergeten.

Is het moeilijker te vergeven, of te vergeten?

Ze zijn hun kinderen in de auto vergeten.

Ik ben mijn mobieltje vergeten.

Ik ben vergeten hoe hij heet.

Ik ben mogelijkerwijs mijn sleutels vergeten.

Het is mogelijk dat ik mijn sleutels vergeten ben.

Ik moet niet vergeten haar de brief te sturen.

Ik was van plan om te gaan, maar ben het vergeten.

Hij is het waarschijnlijk al vergeten.

Tom is de ketchup vergeten.

Meneer, u bent uw jas vergeten!

Het spijt me, ik ben vergeten mijn huiswerk te doen.

Toen we al dicht bij de top waren, bemerkten we dat we vergeten hadden het fotoapparaat mee te nemen.

Men mag niet vergeten, dat om iets uit één cultuur naar een andere over te brengen, de eerste voorwaarde is, woorden te gebruiken, die zullen begrepen worden.

Ik was van plan haar te bellen, maar ik ben het vergeten.

Vorming is wat overblijft als men al het geleerde vergeten is.

Ik kan niet geloven dat ik dat vergeten ben.

Ik heb helemaal vergeten om iets voor ons te eten te maken.

Ik werd afgeleid en was de tijd vergeten.

Ik ben al vergeten waarom ik u geroepen heb.

Ik ben het gezicht van mijn grootmoeder al vergeten.

Is ze ziek geworden? Is ze kwaad op mij? Is ze mij al vergeten?

Wij vergeten onze verjaardag niet.

Ik kan u niet vergeten.

Dit mooie landschap rondom zal mij helpen de wreedheden van de mensen te vergeten.

Ze blijven vergeten de rekeningen te betalen.

Bent u niet vergeten dit plaatje nu al te bestellen?

Je bent vergeten je naam uit te gummen.

Tom was bijna vergeten zijn huiswerk te maken.

Dat zal ik niet vergeten.

Ik ben mijn bril ergens vergeten.

Ik zal nooit vergeten dat ik met u een heerlijk moment heb doorgebracht.

Ik heb mijn kredietkaart thuis vergeten.

Bent u uw telefoonnummer wel eens vergeten?

Hij heeft het opgeschreven om het niet te vergeten.

Ik zal Tom niet vergeten.

Tom zal jou nooit vergeten.

Om dat niet te vergeten, kan je dit ezelsbruggetje gebruiken.

Dat was ik bijna vergeten te doen.

Ik was het bijna vergeten te doen.

Ik werd vergeten.

Ik ben vergeten om de deur op slot te doen.

Je kunt Tom vergeten.

Het was zo grappig dat ik vergeten ben om te lachen.

Dat kun je vergeten!

Ik beloof dat ik deze sessie niet zal vergeten.

Ik heb mijn creditcard thuis vergeten.

Ik was vergeten hoe onuitstaanbaar hij kon zijn.

Tom had het bijna vergeten.

Dat had ik helemaal vergeten.

Ik heb tegen Tom gezegd dat ik mijn wachtwoord vergeten heb.

Men is je vergeten.

Men is u vergeten.

Ik zal dat niet vergeten.

Op een dag zal je me vergeten.

Also check out the following words: zouden, waarheid, lasagne, nieuwsgierig, geantwoord, gedacht, woord, viagra, opzoeken, Wikipedia.