Dutch example sentences with "slecht"

Learn how to use slecht in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Dat was een slecht konijn.

In het koetsje zat een heer, niet knap, maar ook niet slecht van uiterlijk, niet al te dik, niet al te dun; oud kon hij niet genoemd worden, maar hij was ook niet al te jong.

Hij ziet slecht.

Roken is erg slecht voor de gezondheid.

Mijn vrouw kan slecht autorijden.

Hij kwam in slecht gezelschap terecht.

Met onwillige honden is het slecht hazen vangen.

Het idee is niet slecht.

Jessie sprak slecht Frans en nog slechter Duits.

Anderen bedriegen is slecht, maar jezelf bedriegen is nog veel slechter.

Ik vind mijn Japans erg slecht.

Slecht weer is geen hinderpaal.

Er zijn drie soorten onwetendheid: niets weten, slecht weten en niet datgene weten, wat nodig is te weten.

Het gaat mij slecht.

De kousen rieken slecht.

Roken is slecht voor de gezondheid.

Bij slecht weer is het gevaarlijk op de bergen te gaan klimmen.

Slaapt ge slecht?

Het klinkt zo slecht niet.

De mensen zijn slecht, ze denken alleen aan zichzelf; alleen ik denk aan mij.

Een kind wordt niet slecht door kattenkwaad, maar door een slechte vriend.

Het is slecht weer. Het is koud en het regent.

Verdraaid! Dat is niet slecht!

Hij is in slecht humeur.

Deze website ziet er niet slecht uit.

Het weer was gisteren erg slecht.

Ik weet niet waarom ik slecht gezind ben deze morgen.

Ze was slecht gehumeurd.

Volgens mij is laat opblijven slecht voor de gezondheid.

Al het vlees was slecht.

Haar luiheid was een slecht teken voor de toekomst.

Zijn luiheid was een slecht teken voor de toekomst.

Ik voelde me slecht.

Jessie spreekt slecht Frans en haar Duits is nog beroerder.

Jesse spreekt slecht Frans en nog slechter Duits.

Ik weet niet waarom ik zo slecht gehumeurd ben deze morgen.

Zijn kleren ruiken altijd slecht.

Denkt ge dat tv-kijken slecht is voor kinderen?

Drinken en roken zijn beide slecht voor je gezondheid.

Ik heb vandaag een slecht humeur.

Ze is best slecht in tennis.

Het is slecht weer.

Maakt u zich geen zorgen, meneer de president: met zulk slecht tandvlees betwijfel ik of ze überhaupt tanden HEEFT.

Sommige mensen zijn goed, sommige mensen zijn slecht.

Het gaat heel slecht met me.

Gisteren hebben we slecht weer gehad.

In de zomer worden eieren rap slecht.

De laatste tijd is het slecht weer.

Omdat het slecht weer was, zag ik af van een wandeling in de stad.

Het is te slecht.

Tom zal niet met u spreken, hij heeft een slecht humeur.

Tom was niet zo slecht.

Ik zwem slecht.

Ik wil een andere uitweg vinden voor deze situatie, ook al is deze ook niet zo slecht.

Iemand zijn opinie geven en zijn fouten verbeteren is iets belangrijks. Het vertoont medeleven en komt voorop te staan op gebied van dienstverlening. Maar de manier waarop is uiterst moeilijk. De goede en de slechte punten van iemand ontdekken is een gemakkelijke zaak en een opinie geven met betrekking tot dit eveneens. Voor het merendeel denken mensen dat ze aardig zijn door datgene wat anderen smaakloos of moeilijk uit te drukken vinden, te verwoorden. Maar, als de boodschap slecht overkomt is er niets meer aan te verhelpen. Dit is compleet waardeloos. Het komt op hetzelfde neer als iemand schaamte toe te brengen door hem te belasteren. Het is niets meer dan zich het hart van iets te ontdoen.

We hebben de laatste tijd slecht weer gehad.

Wanneer ik bloed zie, voel ik me slecht.

Melanie denkt dat de situatie heel slecht is.

Ik vrees dat mijn dieptezicht heel slecht is.

De linkerrichtingaanwijzer van de auto functioneerde slecht.

Ik ben een goed mens met een slecht karakter.

Zo slecht was je nu ook niet.

Beter alleen dan in slecht gezelschap.

Slecht nieuws gaat snel.

Tom heeft een slecht geheugen.

Hij drukt zich slecht uit.

Het lichaam is een woordenboek dat helaas slecht gelezen wordt.

Geld stelen is slecht.

Een slecht geweten lost niets op.

Het vrij verkeer van personen is namelijk nog heel slecht geregeld in Europa.

Het is hier nog niet zo slecht.

Het is slecht voor je.

Hij heeft zich slecht gedragen.

Slecht nieuws doet de snelle ronde.

Het vlees smaakt slecht.

Niet slecht.

Xavier spreekt heel slecht Engels.

Is dat slecht voor mijn haar?

Alles wat ik onderneem loopt slecht af.

Een goede buur is beter dan een slecht familielid.

Alles is slecht.

Vandaag heb ik een slecht humeur.

Hij was in een slecht humeur omdat zijn vriendin hem net eruit had geschopt.

Hij spreekt slecht Frans.

De film was bij lange na niet zo slecht als Mary had gezegd.

Ik ben slecht in achternamen onthouden.

Ik was vergeten dat ik een slecht kortetermijngeheugen heb.

Ik wist niet dat je je zo slecht voelt.

Ze voelde zich slecht.

Het ziet ernaar uit dat het weer slecht is geworden, hé?

Roken is slecht voor uw gezondheid.

Ik ben verschrikkelijk slecht in wiskunde.

Het spijt me dat mijn uitspraak slecht is.

De mensen waren niet slecht, maar ze waren gierig.

Is het een goed iets of een slecht iets?

Ik zeg niet dat dat goed of slecht is. Het is gewoon een feit.

Er is geen slecht weer, alleen maar slechte kleding.

Ik had een slecht geweten.

Is het een slecht idee om kakkerlakken te eten?

Het lot is ons slecht gezind.

Dat ziet er niet zo slecht uit.

Also check out the following words: tijdje, auto, naar, Chicago, gegaan, politie, onderzoekt, oorzaak, ongeval, mijn.