Dutch example sentences with "koop"

Learn how to use koop in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Ik koop briefpapier, postzegels en papieren zakdoekjes.

Voor Dan heb ik een stropdas gekocht, voor Elena koop ik een sjaal.

Niet alles is voor geld te koop.

Te koop: vrijstaande woning met garage en 1200 m² grond op een mooie locatie aan zee.

Voor geld is alles te koop.

Koop in alle geval melk.

Ik koop gewoonlijk kleren in een plaatselijke winkel.

Ik koop geen paprika.

Ik koop die rode paprika's niet.

Hij loopt nooit te koop met zijn leren.

Ooit koop ik een suikerspinmachine.

Koop de jurk die je wilt.

Dit huis is niet te koop.

Koop onze krant en win een reis naar Chmelnytsky!

Ik koop een nieuwe.

Is dat te koop?

Waar koop je groenten?

Het spreekt voor zich dat geluk niet te koop is.

Zijn hier bureaulampen te koop?

Ik koop dat oude uurwerk, wat het ook kost.

Ik koop een nieuwe auto.

Het is te koop in elke boekhandel.

Is dit te koop?

Zijn deze te koop?

Ik koop een auto volgende maand.

Ik denk dat het tijd wordt dat ik een huis koop.

Ik koop altijd verse groenten in plaats van diepvriesgroenten.

Is er brood te koop in deze winkel?

Er was nergens voedsel te koop.

Wat koop je voor Toms verjaardag?

Ik koop het zilver van een man die een mijn bezit.

Ik koop het zilver van iemand die een mijn bezit.

De zomerartikelen zijn nu te koop.

Koop me die nieuwe cd van Shakira alstublieft.

Het kasteel van Bran is te koop.

Het huis van een kennis van mij staat te koop.

Koop het niet!

Spijtig genoeg is dat schilderij niet te koop.

Waar koop je buskaartjes?

Een multifunctionele studio in New York werd te koop gesteld tegen bijna een miljoen dollar.

Zijn huis staat te koop.

Hoeveel bloemen koop je?

Deze waren zijn niet te koop.

Koop een mooie jurk!

Koop vier grote aardappelen voor me.

Ik koop bijna nooit meer iets met contant geld.

Normaal koop ik geen dingen online.

Koop het!

Koop of sterf!

Koop alsjeblief een paar wortelen voor me.

Ik koop fruit en chocolade.

Koop die in het buitenland.

Waarom koop je geen viool voor Tom?

Ik koop nieuw gereedschap bij de plaatselijke bouwmarkt.

Deze kat is niet te koop.

Deze hond is niet te koop.

Deze meubels zijn niet te koop.

Ze waren te koop.

Koop ze gewoon.

Koop je het?

Het is niet meer te koop.

Ik ben niet te koop.

Ik koop snoep en koekjes.

Koop de volledige versie.

Koop een egel en je zult gelukkig zijn.

Koop een egel en jullie zullen gelukkig zijn.

Koop een egel en u zal gelukkig zijn.

Koop alsjeblieft een tube tandpasta.

Dat huis staat te koop.

Koop hem een biertje.

Het kasteel staat te koop.

Ik koop bloemen.

Hoe vaak koop jij een tandenborstel?

Koop fruit!

Te koop.

Hoe koop je zilver?

Ik koop alleen gele auto's.

Koop wat tahoe op weg naar huis.

Koop maar zoveel je wilt.

Koop twee eierdozen.

Ik vind het leuk. Ik koop het.

Deze artikelen zijn niet te koop.

Koop laag en verkoop hoog.

Waarom koop je het niet?

Dat perceel is te koop.

Ik koop niet vaak brood.

Ik koop een ladder bij de bouwmarkt.

Koop een kaartje.

Ik koop mijn brood nooit in de supermarkt. Ik ga naar de warme bakker.

Ik koop brood.

Groenland is niet te koop.

Groenland staat niet te koop.

Ik heb kleren te koop.

Geluk koop je niet.

Waarom koop je geen nieuwe auto?

Ik koop tapes.

Ik koop banden.

Ik koop cassettes.

Koop me alsjeblieft dit boek.

Alles was te koop.

Ik denk dat het beter is dat ik een nieuwe computer koop.

Also check out the following words: maanden, bloemen, water, hoeven, net, klaar, mee, begon, regenen, broedhen.