Dutch example sentences with "komt"

Learn how to use komt in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Hier komt nooit een eind aan.

Wanneer komt het u uit?

Een ongeluk komt zelden alleen.

Niemand komt erachter.

Ik hoop wel dat je nog een keer komt.

Komt u soms bij me thee drinken?

Hij weet zeker dat hij komt.

Komt hij om zes uur thuis?

Dat komt doordat je een meisje bent.

Na regen komt zonneschijn.

Dit woord komt uit het Grieks.

Hij komt zonder twijfel.

Komt u binnen!

De Amazone is de op een na langste rivier ter wereld en komt na de Nijl.

Als je €30 in je la vindt, dan komt dat doordat ik te veel bankbiljetten had en ze daarom bij jou gelaten heb.

Komt u naar de bijeenkomst?

Daar komt een smeris.

Het maakt mij niet uit of hij wel of niet komt.

Ik denk dat hij niet komt.

Ik denk niet dat hij komt.

"Komt hij?" "Nee, ik denk het niet."

Ik zal het hem vragen als hij komt.

Ik zal hem vragen of hij komt.

Zeg zodra u contact opneemt met uw vrienden tegen ze dat er een lawine komt.

Dat sommige mensen er geniaal uitzien voordat ze dom klinken, komt doordat licht zich sneller voortplant dan geluid.

Valt in de stal de verwarming uit, dan komt de melk in blokjes eruit.

Onze leraar komt altijd precies op tijd voor de les.

Meneer Wang komt uit China.

Hij komt altijd te laat op school.

Arnie, kan je volhouden totdat de hulp komt?

Na de winter komt de lente.

Denk niet bij het laatste vel: wie na mij komt, die redt het wel.

Ik weet waar hij vandaan komt.

Hij komt over tien minuten.

Boontje komt om zijn loontje.

De ouderdom komt met gebreken.

Die het eerst komt, die het eerst maalt.

Een kat komt altijd op z'n pootjes terecht.

Het hinkende paard komt achteraan.

Het verstand komt met de jaren.

Hoogmoed komt voor de val.

Met de hoed in de hand komt men door het ganse land.

Ouderdom komt met gebreken.

Van praat komt praat.

Van uitstel komt afstel.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

Wie komt er met mij mee?

Ik weet niet hoe je daar komt.

Weet je wanneer ze komt?

Nog één inspanning, en je komt verder in het leven.

Zijn vrouw komt uit Californië.

Hij komt na het eten.

Hier komt de trein!

Zou ik wachten tot ze weer komt?

De studente die voor de leraar zat, komt uit Duitsland.

Wanneer komt het u goed uit?

De postbode komt om de drie dagen langs.

Ik zal hier wachten tot ze komt.

Hij komt straks terug.

Ik weet niet of hij komt of niet.

Als je met je vrienden komt, zal ik nog meer verheugd zijn.

De hemel is bewolkt, af en toe komt de zon tevoorschijn.

Ik roep het meisje, en het komt.

Ik roep de jongen, en hij komt.

Hij komt weldra terug.

Morgen komt hij in Parijs aan.

Direct nadat de piste geprepareerd is, is het er goed skiën, maar later op de dag ontstaan er plekken waar het gras door de sneeuw heen komt.

Wat voorbij is, is voorbij, en het komt nooit meer terug.

Het magazine komt twee keer per maand uit.

Ik hoop dat je met een beter plan komt.

Wat nooit verwacht werd, komt soms plots.

Hij komt hier een maal per maand.

Komt hij morgen?

Dat hij komt, ik zal hem vergeven.

Boontje komt altijd om zijn loontje.

De muis komt niet zelf naar de kat.

Hij komt nooit op tijd.

Zij stuurde ons een telegram, dat ze komt.

Het enige dat nooit te laat komt, is een goed woord.

Met een tong en een mond komt men de wereld rond.

Komt het je uit morgen met het werk te beginnen?

Hij komt snel.

De koffie komt na het eten.

Morgen komt hij aan in Parijs.

Haar moeder komt altijd met haar mee.

Daar, de bus komt!

We weten niet of hij komt of niet.

Hij komt hier twee keer per week.

Wie eerst komt, eerst maalt.

Hoeveel keer per dag komt deze bus voorbij?

Boeddhisme komt oorspronkelijk uit Indië.

Het best komt hij daar tegen morgen aan.

Als ze te laat komt, geef haar dan deze boodschap.

Waarom komt ge niet met ons mee?

De lente komt eraan.

Dit woord komt uit het Latijn.

Geluk komt niet alleen door rijkdom.

De hel zal openbarsten als je vrouw dit te weten komt.

Waarom komt u niet met me dansen?

Ik hoop dat je met een beter plan voor de dag komt.

Ik ben er zeker van dat hij komt.

Also check out the following words: stoel, onder, lelijk, kat, mag, zitten, zat, heeft, zoeken, jongen.