Dutch example sentences with "koffie"

Learn how to use koffie in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

Wilt u een kopje koffie?

Ik wil graag een kop koffie.

Sandra neemt een boterham en een kop koffie als ontbijt.

Wilt u thee of koffie?

Willen jullie thee of koffie?

Je moet je tong leren om goede koffie van slechte te onderscheiden.

Hij houdt niet van koffie.

Hij deed per ongeluk zout in zijn kopje koffie.

Zullen we dit bespreken onder een kop koffie?

Mag ik een kopje koffie?

De koffie was zo heet, dat ik hem niet kon drinken.

Hij is verslaafd aan de koffie van Starbucks.

Ik hou niet van koffie.

Ik zou je een koffie aanbieden als je tijd had.

Ik zou een koffie willen drinken.

Zodra ik opsta, zet ik koffie.

Eén van de belangrijkste producten van dit land is koffie.

Ik zou graag een kopje koffie willen.

Soms ontsnap ik uit mijn kantoor om koffie te drinken.

Ik heb liever thee dan koffie.

Hij houdt van koffie zonder suiker.

Maar de koffie is niet goed.

Ik nam twee kopjes koffie.

Ik heb mijn koffie graag slap.

Wist je dat hij goed koffie kan zetten?

Ik kreeg de keus tussen thee en koffie.

Koffie smaakt voor geen meter maar ik heb het nodig om wakker te worden.

Wat heb je liever: koffie of thee?

Ik ben pas te genieten na mijn eerste kopje koffie.

Ge drinkt te veel koffie.

Na het middagmaal dronk ze een koffie.

Er bestaan veel soorten koffie.

De koffie komt na het eten.

Wilt ge een tas koffie?

Men moet nooit overdrijven in het drinken van koffie en thee.

In thee zit theïne en in koffie zit cafeïne.

De vrouw ruikt de koffie.

Koffie is Brazilië's belangrijkste product.

Deze koffie is te bitter.

Hij bracht mij een koffie, hoewel ik thee besteld had.

Doe maar veel melk in mijn koffie alstublieft.

De koffie is koud.

De koffie ruikt goed.

's Morgens drink ik altijd een kop koffie.

Deze koffie smaakt bitter.

Ik heb dorst. Ik had graag een kopje koffie.

Wilt ge koffie of thee?

Mijn baas drinkt heel veel koffie.

Deze koffie is niet warm genoeg.

Hoe zoudt ge uw koffie willen?

Wilt ge andere koffie?

Wilt ge nog een koffie?

Italianen drinken vaak koffie.

Ik heb liever koffie dan thee.

Maak mij alstublieft een kop koffie.

Doe geen suiker in de koffie.

Wij voeren koffie in uit Brazilië.

Waw, de koffie is echt heet!

Waarom hebt ge graag uw koffie sterk?

Breng ons alstublieft twee tassen thee en een tas koffie.

Mijn vader heeft graag sterke koffie.

Zij drinkt geen koffie.

Deze koffie is te sterk voor mij.

Ik drink geen koffie.

De koffie smaakt mij niet.

Maar de koffie is niet lekker.

Hij heeft zijn koffie graag zwart.

Koffie is het voornaamste product van Brazilië.

Brazilië voorziet ons van een groot deel van onze koffie.

Laat gij uw kinderen koffie drinken?

Misschien is ze een koffie aan het drinken in de cafetaria.

"Hij zou een koffie willen na het werk." "Ik ook."

Wat heb je liever, thee of koffie?

Ik morste mijn koffie op het tapijt.

Ik ben bang dat er geen koffie meer over is.

Hete koffie verfrist mij altijd.

Vrouwen houden van mannen zoals ze van koffie houden: sterk en vurig om hen de hele nacht wakker te houden.

Ik heb liever koffie.

Ik doe geen suiker in mijn koffie.

Koffie geeft je energie!

Ik wil koffie.

Koffie of thee?

Ik heb een liter koffie gedronken.

Hij drinkt zijn koffie altijd zwart.

Ik heb lekkere koffie en koek voor u klaargemaakt.

Tom heeft liever thee dan koffie.

De koffie is bitter.

Drink je koffie?

Drink toch wat koffie. Het smaakt zeer goed, vind ik.

Daar ze sterke koffie gedronken heeft, kon ze de hele nacht niet slapen.

Tom vroeg om meer koffie.

Er is bijna geen koffie over in de pot.

Er is nauwelijks koffie over in de pot.

Ik deed wat melk in mijn koffie.

Ik dronk twee kopjes koffie.

Welke heb je liever, thee of koffie?

Tom vertelde Mary om wat koffie en sigaretten te kopen.

Tom dronk koffie terwijl Mary een sigaret rookte.

Tom drinkt alleen koffie.

Het enige wat Tom drinkt is koffie.

De koffie is klaar.

Also check out the following words: besloten, waarover, scriptie, schrijven, waarschijnlijk, raden, gebeuren, hun, dagelijks, grote.