Dutch example sentences with "dat"

Learn how to use dat in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

De meeste mensen denken dat ik gek ben.

Heb je gezegd dat ik nooit zou kunnen winnen?

Wat is dat?

Dat was een slecht konijn.

Ik heb altijd geloofd dat een hartaanval de aankondiging van het ophanden zijnde overlijden is.

Dank je, dat is alles.

Zeg dat niet.

Hoe durf je dat te zeggen.

Waarom zeg je dat?

Het probleem was dat ik niets tegen hem te zeggen had.

Ik ben misschien niet erg sociaal, maar dat betekent nog niet dat ik niet met mensen omga.

Ik ben misschien niet erg sociaal, maar dat betekent nog niet dat ik niet met mensen omga.

Ik zei tegen mezelf: dat is een goed idee.

Hij zei dat hij van plan was een risico te nemen.

Ik heb dat verhaal in een of ander boek gelezen.

Ik wil dat je een liedje zingt.

Het probleem is dat het te duur is.

Ik ben geen aanhanger van de theorie dat je Latijn moet leren om Engels beter te begrijpen.

Weet hij dat je van hem houdt?

Dit is Millers nieuwste boek, en we hopen dat het niet het laatste zal zijn.

De mens is het enige dier dat kan lachen.

Ik weet dat je rijk bent.

Ik weet dat hij van jazz houdt.

Dat is niet belangrijk.

Het is jouw schuld dat ik mijn eetlust kwijt ben.

Ik weet niet wat dat is.

De vorige persoon aan wie ik mijn idee vertelde, dacht dat ik gestoord was.

Ik denk dat de zaak er wat anders voor staat wanneer je hierover nadenkt op de lange termijn.

Dat lawaai werkt op mijn zenuwen.

Wiskunde is het deel van de wetenschap waarmee je je nog steeds zou kunnen bezighouden als je 's morgens wakker zou worden en zou merken dat het heelal er niet meer is.

Kan dat ook anders geformuleerd worden?

Ze vraagt hoe dat kan.

Dat is mijn antwoord!

Wat denk je dat ik aan het doen was?

"Het is goed dat ik vertrek," zei ze tegen Goerov. "Dat is ons lot."

"Het is goed dat ik vertrek," zei ze tegen Goerov. "Dat is ons lot."

Dat is te duur!

Dat vind ik erg leuk.

Ik kan haar dat nu niet zeggen. Dat is niet zo eenvoudig meer.

Ik kan haar dat nu niet zeggen. Dat is niet zo eenvoudig meer.

Dat is nu juist het probleem.

Het kan dat ik zo meteen opgeef en in plaats hiervan een dutje ga doen.

Bedankt, dat is alles.

Waarom vraag je dat?

Ik weet nog dat ik de film gezien heb.

Ik hoop wel dat je nog een keer komt.

We hopen dat je van de voorstelling zult genieten.

Die gitaar is zo duur dat ik hem niet kan kopen.

Vergeet niet dat we huiswerk hebben.

Ik weet zeker dat ze snel terugkomt.

Het handige van dit elektronische woordenboek is dat je het makkelijk mee kan nemen.

Waarom moet ik dat doen?

Dat is onze school.

Het is toch maar goed dat ik een oma heb!

Kom nooit meer aan dat flesje!

Het regent dat het giet! Op straat zijn overal plassen, en het water stroomt van de daken.

Wat ik ook doe, zij zegt dat ik het beter had kunnen doen.

Zou het kunnen dat dat gerucht waar is?

Zou het kunnen dat dat gerucht waar is?

Ik vind dat examens het onderwijs verpesten.

Dat was niet mijn bedoeling.

Dat is de mening van een leek.

Wat is dat voor onzin?

Ik denk dat je je maar beter netjes kunt gedragen.

"Wie is dat meisje?" "Dat is Keiko."

"Wie is dat meisje?" "Dat is Keiko."

Dat is niet iets wat iedereen kan doen.

Dat is altijd zo geweest.

Hij weet zeker dat hij komt.

Jammer dat ik niet hoef af te vallen.

Bedoel je dat je met opzet je schoonheid verbergt?

Steeds wanneer ik iets vind dat me bevalt, is het te duur.

Dat zal niet gebeuren.

Het was nooit de bedoeling dat mensen eeuwig zouden leven.

Later, in zijn hotelkamer, dacht hij aan haar, aan dat ze hem morgen waarschijnlijk zou ontmoeten.

Ik had nooit gedacht dat ik op een dag het woord "viagra" zou opzoeken op Wikipedia.

Ik kwam dat restaurant toevallig tegen.

Dat zal € 30,- kosten.

Wat ik ook doe, zij zegt dat ik het beter kan.

Hij deed zo zijn best dat hij er helemaal rood van werd.

Dat huis is groot.

Gedenk dat gij stof zijt.

Denk je dat de mensen op een dag de maan zullen koloniseren?

Ik ga nog liever dood, dan dat ik me overgeef!

Ik ga nog liever dood, dan dat ik opgeef.

Afgaand op hoe ze spraken, veronderstelde ik dat ze getrouwd waren.

Dat is vreemd.

Dat zal niets aan de zaak veranderen.

Dat is omdat je niet alleen wilt zijn.

Ik heb ze gezegd dat ze me een nieuw ticket moeten opsturen.

Ik heb ze gezegd dat ze me nog een ticket moeten opsturen.

Dat moest ík zeggen!

Dat was mijn zin!

Dat verbaast me niets.

Dat hangt af van de context.

Dat is het domste wat ik ooit gezegd heb.

Ik ben niet boos, verre van dat zelfs.

"Wie is dat?" "Dat is Jim."

"Wie is dat?" "Dat is Jim."

Misschien heeft dit wel helemaal niets te maken met het probleem dat we hebben.

Hij wilde dat zijn vrouw hem 's morgens vroeg zou wakker maken.

Also check out the following words: .