Dutch example sentences with "kamer"

Learn how to use kamer in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

In Parijs heb ik voor een maand een kamer gehuurd.

Mary sloot zichzelf op in haar kamer en deed alle ramen dicht.

Je hoeft alleen maar je kamer schoon te maken.

Wilt u alstublieft een kamer in de buurt van de internationale luchthaven in Toronto reserveren?

Hij beval mij de kamer onmiddellijk te verlaten.

Kom me alsjeblieft even helpen in mijn kamer.

Ik werd wakker en zag een inbreker in mijn kamer.

Ik ben de sleutel van de kamer kwijt en kan er niet in.

Er was niets in de kamer, behalve een oude stoel.

Ik ben drie dagen bezig geweest om de kamer op te ruimen.

In de kamer stond een piano, maar er was niemand die erop speelde.

In de kamer staan bedden, vastgeschroefd aan de vloer. Daarop zitten en liggen mensen in blauwe ziekenhuiskleding en net als vroeger met mutsjes op. Dat zijn de gekken.

Heb je een eigen kamer?

De geur van rozen vulde de kamer.

De kamer zat vol beestjes, miljoenen kleine, wriemelende beestjes met heel veel pootjes.

Mijn kamer is op de vierde verdieping.

Mijn kamer kijkt uit op het oosten.

Het is een grote bende in m'n kamer.

Toen ik klein was, las ik urenlang alleen op mijn kamer.

Dankzij de open haard biedt deze kamer comfort.

Ik voel me op mijn gemak in deze kamer.

De kamer van mijnheer Johnson was een grote.

Hij stond op in de kamer en keek rond.

Er zijn geen stoelen in deze kamer.

Ik heb graag een eigen kamer.

Ze klaagde dat het te heet was in de kamer.

Mevr. Smith poetst die kamer.

De kamer van de heer Johnson was een grote kamer.

De kamer van de heer Johnson was een grote kamer.

Hij luisterde naar muziek op zijn kamer.

Ik heb kamer 5.

De beide vrienden kusten elkaar innig, en Manilov bracht zijn gast naar de kamer.

Mijn kamer is echt klein.

Deze kamer is groot genoeg.

Kamer te huur.

Ik huur een kamer voor een maand.

De kamer van mijn vader is heel groot.

Er loopt een muis door de kamer.

Hoeveel kost de kamer?

De meid was de kamer al aan het kuisen toen Carol binnenkwam.

Ik heb iets in de kamer achtergelaten.

Hij gebruikte de schakelaar en deed de kamer baden in het licht.

Zijn kamer ligt helemaal overhoop.

In deze kamer mag niet gerookt worden.

Ze klaagde dat de kamer te warm was.

Men heeft gekuist in mijn kamer.

Zij kwam uit de kamer.

Ik vond mijzelf liggend op mijn kamer.

Het was mijn beurt om de kamer te kuisen.

De enige vrije kamer is een dubbele kamer.

De enige vrije kamer is een dubbele kamer.

Ik zou die kamer moeten opruimen.

Er is niemand in de kamer.

Ze durft de kamer niet uit te gaan uit schrik van een kou te vatten.

En zo raakte Pandark verloren in zijn kamer en zag men hem nooit meer terug. Sommigen zeiden dat hij van honger omkwam, anderen zeiden dat hij nog steeds ronddwaalt op zoek naar zijn cd's.

Klop op de deur alvorens de kamer binnen te gaan.

Het FBI heeft de kamer van de misdadiger in het geheim van afluisterapparatuur voorzien.

Laten we onze kamer kuisen.

Zijn kamer is altijd een stort.

Hij is in zijn kamer aan het spelen.

Hij ging de kamer binnen.

Ze heeft een grote kamer voor haar alleen.

Toen het meisje de kamer binnen kwam, lachten enkele jongens haar uit om haar klein hoedje.

Ik ben klaar met mijn kamer te kuisen.

Hij ging uit de kamer.

Ze verlieten heel stilletjes de kamer.

De kaarsen verlichtten de kamer.

In zijn kamer staan veel meubels.

Zou het mogelijk zijn met mij van kamer te wisselen?

Hij ging in de kamer weg en weer.

In de kamer zijn er tafels.

Ik volgde hem naar zijn kamer.

Lezen in een donkere kamer is niet goed.

De kamer was warm.

Hij ging zijn kamer binnen.

Ze verliet de kamer zonder afscheid te nemen.

Een vogel vloog in de kamer.

Bob heeft veel boeken in zijn kamer.

Ik wens dat ge de kamer vlug in orde brengt.

We zaten in het midden van de kamer.

Ik zag de man de kamer binnengaan.

De kamer wordt door Tom schoongemaakt.

Waarom zijn er krekels in mijn kamer?

De kamer stond helemaal vol meubels.

Mayuko kwam de kamer binnen.

Mij kamer is vol gevaren.

Het nummer van mijn kamer is 5.

Hebt ge een eigen kamer?

Deze kamer is rustig.

Een stank vulde de kamer.

Hij is zonder toelating mijn kamer binnengegaan.

Ik vond mijn vader noch op zijn kamer, noch in de tuin.

Er zijn veel boeken in mijn kamer.

Ge zoudt een kamer moeten klaarmaken voor de bezoeker.

Ik wil een kamer alleen met ontbijt.

Ik wil een eenvoudige kamer met ontbijt.

Ik heb net mijn kamer schoongemaakt.

Speel niet met de bal op de kamer.

Ik moet nog twee maand huur betalen voor mijn kamer.

Ze verhuurt een kamer aan een student.

In de kamer van mijn broer is het altijd een puinhoop.

Also check out the following words: kwijt, betoverd, glimlach, hotelkamer, lag, watermeloen, tafel, Vergeef, vertellen, weken.