Dutch example sentences with "ben"

Learn how to use ben in a Dutch sentence. Over 100 hand-picked examples.

De meeste mensen denken dat ik gek ben.

Ik ben zo terug.

Ik ben veganist.

Waarom ben je aan het huilen?

Wat ben je aan het doen?

Ik ben misschien niet erg sociaal, maar dat betekent nog niet dat ik niet met mensen omga.

Ik kwam in een regenbui terecht en ben nat geworden.

Ik ben naar Japan gekomen vanuit China.

Ik ben geen aanhanger van de theorie dat je Latijn moet leren om Engels beter te begrijpen.

Ik ben uitgenodigd om naar het buitenland te gaan, maar ik wil niet.

Hoewel hij zich verontschuldigd heeft, ben ik nog steeds razend.

Ik ben geen echte vis, ik ben maar een knuffelbeest.

Ik ben geen echte vis, ik ben maar een knuffelbeest.

Het is jouw schuld dat ik mijn eetlust kwijt ben.

Waar ben je gisteren geweest?

Om de één of andere reden ben ik 's nachts levendiger.

Ik ben linkshandig.

Ik ben niet geregistreerd op deze forums.

Ben je voor of tegen abortus?

Pardon, ik ben verdwaald.

Ik ben bang om te vallen.

Ik ben nu op het vliegveld.

Ik ben er weer! O, hebben we visite?

Ik ben nu 30.

Ik ben zo dik.

Ik ben een mens met tekortkomingen, maar het zijn tekortkomingen die makkelijk verholpen kunnen worden.

Ik bel ze morgen, als ik weer terug ben.

Ik ben tevreden met mijn werk.

Ik ben nieuwsgierig.

Als ik later groot ben, word ik piloot. En wat wil jij worden?

Kijk eens aan. Wat een geweldige cadeautjes! Wat ben ik blij!

Ik ben rechtshandig.

Waarom ben je zo laat nog op?

Hoelang ben je gebleven?

Wanneer u terugkomt uit Amerika, ben ik al afgestudeerd.

Hoelang ben je al in Sjanghai?

Nee, ik ben het niet, jij bent het!

Ik ben mijn paraplu ergens in het park verloren. Ik moet een nieuwe kopen.

Wanneer ben je geboren?

Ik ben niet boos, verre van dat zelfs.

Ben je aan het studeren?

Ik ben tegen ieder soort oorlog.

Als ik later groot ben, wil ik koning worden.

Ik ben dan misschien ongelukkig, maar ik ben niet van plan zelfmoord te plegen.

Ik ben dan misschien ongelukkig, maar ik ben niet van plan zelfmoord te plegen.

In theorie ben ik net met wiskunde bezig.

Ik ben geen echte reiziger.

Het leven is hard, maar ik ben harder.

Ik ben zo stom... Ik probeer je dingen uit te leggen die ik zelf niet begrijp.

Ik ben bang dat hij in gesprek is.

Ik ben bang dat de lijn bezet is.

Ik ben vegetariër.

Ik ben een gelukkig mens!

Ik ben geen kunstenaar, ik heb daar nooit over nagedacht.

Ik ben geen kunstenaar. Daar ben ik helemaal niet geschikt voor.

Ik ben geen kunstenaar. Daar ben ik helemaal niet geschikt voor.

"Ik ben gek op kaarten." "Ik ook."

Ik ben mijn inspiratie kwijt.

Ik ben moe nu.

Helaas ben ik maar één keer per jaar jarig.

Ik ben de sleutel van de kamer kwijt en kan er niet in.

Ik ben heel lang.

Ik ben teruggegaan naar Japan.

Ik ben heel moe, ik wil vroeger naar bed.

Ik ben drie dagen bezig geweest om de kamer op te ruimen.

Ik ben blij u weer te zien.

Ik ben blij je weer te zien.

Ik ben blij jullie weer te zien.

Wanneer ben je klaar om te vertrekken?

Ik ben net terug uit school.

Ik ben iemand die leeft bij het moment.

Ik ben moe.

Waarom ben je naar Japan gegaan?

Waarom ben je naar Japan gekomen?

Ik ben hier al twee uur.

Ik ben twee keer in Kioto geweest.

Ik ben op tijd op school gekomen.

Ik ben nergens schuldig aan.

Ik ben benieuwd wat er gebeurd is.

Hallo, ik ben er even niet. Laat een boodschap achter of bel later terug. Bedankt.

Ik ben gelukkig, want ik leer wat Nederlands.

Ik ben moe van het eentonige leven.

De advocaat verwachtte Ben.

"Wat gebeurt er in de grot? Ik ben nieuwsgierig." "Ik heb geen idee."

Ik ben van plan om volgende week naar Europa te vertrekken.

Als de bal je ergens anders dan op je hoofd of je handen raakt, ben je af.

Als je van de trap afvalt, ben je gauw beneden.

Ik ben zwanger.

Ik ben in verwachting.

Ik ben de sleutel kwijt.

Ben je niet moe?

Ik heb een nieuwe trui gekocht en ik ben er zó groos mee!

Ik heb geen idee, ik ben niet zo thuis in dat soort zaken. Dat kun je beter aan die meneer daar vragen.

Wanneer ik eet, ben ik doof en stom.

Ik ben uitgenodigd voor het middageten.

Zo, nu ben ik aan de beurt.

Ik ben een verlegen jongen.

Ik ben niet lekker geworden van de oesters die ik gisteravond gegeten heb.

Ik ben eraan gewend.

Ik ben het niet vergeten.

Waar ben je?

Also check out the following words: ruzie, uitgepraat, Mark, olie, schuldige, Aalmoezen, verarmt, ravijn, Aap, ring.